vrijdag 13 januari 2017

Prikkels.

Opeens lijkt je huis wel een zaal bij de fysiotherapeut. Er liggen twee grote oefenballen, waar dochter daadwerkelijk op traint en zoon hem nodig heeft om te stuiteren, al dan niet met hem er op, om mee te rollen, om mee te kegelen. Er ligt een pindabal. Geen grap, die dingen heten echt zo. Wat de functie van de pindabal is, ik heb werkelijk geen idee, maar zoon gebruikt hem als vervoermiddel. Zittend op de pinda, hopt hij door het huis. Zoon vond het een topidee om de pinda ook in te zetten om sneller van de trap af te komen. Deze moeder vond dat niet.

We hebben een zitkussen, een ergonomisch zitkussen. Kan zoon zijn rust vinden als hij op een stoel zit. Hoe? Geen idee! Hij zit in plaats van op een koude harde stoel op een gifgroene ronde rubberen schijf. Gifgroen dus. En het is de bedoeling dat hij door dat kussen minder wiebelt. Ik heb het even geprobeerd, even maar. Ik had het idee dat ik in een restaurant precies op die ene stoel ging zitten waar de ober net een warme pizza op had laten vallen.

Er is een koptelefoon gekomen. En dat is werkelijk het beste idee van de dag geweest. Zoon zet hem op zijn hoofd en kan uren heerlijk rustig liggen lezen, met de lego zitten te spelen en hij kijkt zelfs naar de televisie met koptelefoon. Af en toe plugt hij zijn koptelefoon in een draagbare computer en dan is hij daadwerkelijk van de bewoonde wereld af. Dan kan ik roepen, schreeuwen en dansend voor hem gaan staan, hij ziet en hoort niets en niemand meer.

Ook hebben we opeens meerdere planborden in huis. Na altijd geweigerd te hebben om met pictogrammen te gaan werken bij oudste zoon, want hoe vaak komt u in de supermarkt pictogrammen tegen? Of in de kleedkamer van de sportvereniging? In het bushokje? In de paskamer van de kledingwinkel? Hoe vaak wordt u buitenshuis geconfronteerd met tekeningen waarop een school staat, een tekening van hoe u uw handen dient te wassen? Nooit! Echt werkelijk nooit! Niemand die u in de kleedkamer wijs maakt dat u eerst uw sokken aantrekt en daarna pas uw schoenen. Niemand die u erop wijst dat u eerst uw trui moet aantrekken en daarna pas uw jas. Maar ik ben om. We hebben planborden. Meervoud inderdaad, want dochter vond het direct geweldig. Zo zaten we opeens op onze vrije woensdagmiddag stickers op kaartjes te plakken en ze te lamineren. Hele series vol. Eten we volgens schema fruit en gaan we naar school, omdat dat moet.

Schermtijd. Had ik altijd de grootste moeite om de kinderen ervan te overtuigen dat een uur per dag met een beeldscherm op schoot echt genoeg was, nu hebben we een afspraak: twee keer een half uur. Hoe en wanneer ze die tijd benutten, mogen ze helemaal zelf uitzoeken. Probleem was nog hoe ik die tijd ging klokken. Hadden de kinderen zelf een oplossing voor. Opeens blijkt er een stopwatch op die ipads te zitten. Waarschijnlijk standaard meegeleverd vanuit de fabriek, maar wijs als ze zijn, nooit aan mamma uitgelegd.


Heeft het effect? Ik denk het wel. Voor het eerst in tijden is zoon de hele week naar school gegaan, een paar moeilijke momenten hebben we gehad, maar op het moment dat hij buiten stond, gaf hij de strijd op en fietste naar school. Door regen, wind en hagel. Op zijn nieuwe mountainbike. Nu is het vrijdagavond en is hij moe, maar nog steeds aanspreekbaar. Wil hij naar het winkelcentrum om eindelijk, eindelijk nieuwe broeken te kopen en misschien zelfs wel een paar T-shirts.  En ja, ik draag geen roze bril, dus besef heel goed dat hij net twee weken vakantie heeft gehad en zijn accu heeft geladen, deze week geeft geen garantie voor de toekomst, maar was er in ieder geval 1!


donderdag 22 december 2016

De wijzen kwamen uit het Oosten, maar de toekomst komt van de Familieschool

En dan is het alweer Kerst. Een half schooljaar voorbij. Op de school van de kinderen betekent dat een kerstviering. Met alle 400+ leerlingen in de grote zaal. Allemaal in kerstkleding. (Of bijna allemaal, want mijn eigenzinnige recalcitrante dochter besloot haar trui aan te trekken. ‘Wel mijn nieuwe hoor mam, dus u hoeft alvast niet te beginnen met zeuren.’) En omdat Kerst van oudsher in het teken van vrede staat, besloot ik er geen woorden aan vuil te maken.

De hoofdact van de viering werd ingenomen door 1 van de kleuterklassen. Allemaal hadden ze een rol, waren ze geen Jozef of Maria, dan in ieder geval herder, of wijze, of koningen, of de ezel. 1 leerling was de ezel, ik heb zelden in mijn leven zo’n vrolijke ezel gezien. Zittend op het podium en later in de stal zwaaide hij met handjes en voetjes naar zijn publiek. Zonder zuchten droeg hij zijn zware last, en neem van mij aan dat een hoogzwangere vrouw echt het een en ander weegt. De wijze die Maria kwam vertellen dat ze in blijde verwachting was, zat zo gespannen in zijn rol, dat ik staand op de achterste rij wegdook van zijn donkere blik. “Je hoeft niet bang te zijn, je krijgt een baby” was zo in tegenstrijd met zijn gezichtsuitdrukking dat ik in de lach schoot, sorry voor de verstoring, Jozef stopte subiet met timmeren. ‘Van een villa mam, Jozef timmerde natuurlijk een villa. Voor die baby.’

Een van de herders zat samen met al zijn klasgenoten op het podium en hij bekeek ze alsof hij ze nog nooit eerder gezien had. Hij keek van de een naar de ander en daarna zaten er nog 15 kinderen die bekeken konden worden. Wat hadden zijn klasgenoten toch in vredesnaam aan? Ze waren gewikkeld in doeken als zijnde wijze koningen, in wollen jassen als zijnde herders, en hij keek zijn ogen uit. Vergat zijn tekst, maar wat gaf het helemaal, vergat mee te zingen met de liedjes en keek vooral verwonderd om zich heen. Geen leerling in de zaal zal hij gezien hebben.

En dan was daar toch op miraculeuze wijze opeens een baby. Geen pop, wat ik wel had verwacht bij een kleutermeisje, maar nee, er was een echte bewegende levende baby. Gewoon opeens geboren daar in die stal, of skuur volgens de herbergier, op het grote podium van school. Ik besloot ter plaatse dat ik daar volgend jaar Maria zou gaan spelen. Een echte kerstbaby als kerstpakket. Moet er wel een grotere ezel komen. We hebben een jaar om het een en ander te regelen. De zaal was net als vorig jaar in verwondering. De kinderen waren net zo verbaasd als mij. Maria was een geboren moeder en vergat de hele wereld om haar heen. Sprak vertederd tegen haar eerstgeborene. Hield de baby stevig vast en genoot daar in die koude stal/skuur te Bethlehem.

Jozef timmerde niet meer, moest even wennen aan zijn nieuwe verantwoordelijke rol en de ezel? De ezel bleef zwaaien. Gezellig naast Jozef en Maria in de stal. Op hetzelfde bankje. Soms moet je je plaats kennen en zijn plaats was daar op die bank. Lekker knus ook trouwens.

De zaal was stil. De muzikale omlijsting van het kerstkoor was weer prachtig en 400 leerlingen hebben genoten. Dat weet ik zeker. In ieder geval heb ik dat. 

Niels, Sophie, Finn, Ben en Anna Marie wensen jullie allemaal hele gezellige kerstdagen met jullie gezinnen, familie en vrienden en een nieuw jaar vol mogelijkheden.



dinsdag 29 november 2016

(On) Zekerheid

Dan opeens zijn we een ASS bolwerk. Nee, jullie hoeven geen binnenlandse strijdkrachten op ons af te sturen, geen buitenlandse ook. We doen geen vlieg kwaad. Na jaren van onderzoeken en onzekerheid, kwam gister het bevrijdende woord. Ook onze jongste heeft een Storing binnen het autisme Spectrum. Een heftige. Anders dan die van zijn broer, anders dan die van zijn vader. Jongste heeft nog een aantal storingen die na maanden van onderzoeken nu aan het licht zijn gekomen.  Geeft niets, vinden we wel iets op. Autisme hulphond kwam al op mijn pad, maar ja, dan moet deze mamma eerst haar eigen angst voor honden overwinnen. Hond in huis. Het is niet nogal wat.

Onze jongste heeft geen filter om prikkels weg te houden uit zijn hoofd. Hij hoort alles, ziet alles en ruikt alles. Erger en heftiger als u en ik samen. Hij hoort 24 klasgenoten ademen, hoort 24 klasgenoten met hun schoenen schuiven, hoort het tikken van de klok en het dichtslaan van de buitendeur. De hele dag. Hoort auto’s rijden, hoort brommers brommen, ruikt de shampoo van de juf en het geurtje van de meester. Voelt de randjes van zijn sokken, het label van zijn broek en de ritsen van zijn jas. Tien keer erger als u en ik samen.

Onze zoon is op donderdag oververmoeid van alle indrukken, van alle geuren, van alle geluiden, van alle gesprekken. Drinkt water, want limonade is of te zoet, of juist niet. Wil graag cola, vanwege de grappige belletjes op zijn tong, maar mag dat niet van mamma. 
Krijgt van pure oververmoeidheid kringen onder zijn ogen, buikpijn en hoofdpijn. Kan ’s avonds niet slapen, want dan draait de film van overdag nog een keer af. Het tikken van de klok, het schuiven van de stoelen, de toeterende auto’s, de wind door de bomen. U en ik klappen ergens een paraplu uit en kunnen ons even afzonderen van de buitenwereld. Niet zo extreem als zijn vader en niet zo extreem als zijn broer, maar u en ik kunnen filteren. Jongste zoon niet en dus red hij eigenlijk de vrijdag niet. Kan hij het niet meer opbrengen om op zaterdag en zondag nog ergens naartoe te gaan, red hij het niet als er vriendjes aan de deur komen.

Jongste zoon is anders. Dat heb ik altijd gezegd. Als baby lachte hij je toe, sloeg zijn armpjes om je heen en wilde altijd, echt altijd daar zijn waar jij was. Separatiestoornis heet het met een mooi woord. Vond ik het heerlijk dat ik ook een echte baby had, blijkt het toch net iets anders te liggen. Onze zoon is anders, maar zo anders, dat had ik in mijn wildste dromen niet verwacht. Of nachtmerries. Vannacht schrok ik een aantal keren wakker. Het is allemaal een boze droom, maar dan lag daar op mijn nachtkastje toch echt dat rapport. Dat rapport waarin alles staat, in woorden die me niets zeggen, maar tegelijkertijd vertellen ze alles.

Verandert er nu iets? Jullie zoon is vanavond nog steeds dezelfde zoon. Uiteraard is hij dat, maar eigenlijk ook niet. Want hij is wel degelijk anders als vanmorgen, anders als eergisteren en anders als alle dagen die nog komen gaan. Onze zoon is in ontwikkeling. Net als wij. Net als zijn broer en net als zijn zus. Wat de toekomst hem en ons gaat brengen weten we nog niet, we zien het wel. Het ziekenhuis gaf de tip om hem naar een andere school te brengen, naar een gespecialiseerde basisschool. Dat is voor nu nog een stap te ver, we kunnen de Familieschool helemaal niet missen. Nu niet, volgend jaar niet en ook over 5 jaar geloof ik niet. Daar zijn de mensen ons veel te dierbaar voor. Maar als deze stap uiteindelijk onvermijdelijk blijkt te zijn, dan is het zo. Alles zullen we in het werk stellen om onze jongste net als zijn broer en net als zijn zus een mooie jeugd te geven, alles zullen we in het werk stellen om ze gelukkig te laten zijn. Want uiteindelijk is dat wat telt. En een onzekere toekomst? Hebben we die niet allemaal?