zaterdag 16 december 2017

Nieuwe ovens.

Het is de tijd om koekjes te bakken op school. Kerstkoekjes. En op onze school houden ze schijnbaar van krokant doorgebakken koekjes als ik de kinderen mag geloven. ‘De koekjes vlogen in de fik!’ Enthousiast vertellen ze hun belevenissen aan de ouders op het schoolplein. Hun enthousiasme vertelt me dat het ook vast niet hun koekjes waren. Een paar ouders vragen of we als ouderraad niet kunnen sparen voor nieuwe ovens. Met het zomerfeest ofzo. Tuurlijk. Uiteraard kunnen we als ouderraad nieuwe ovens bij elkaar sparen in de zomer. Dan laten we morgen en de komende week alle andere klassen ook nog koekjes bakken en die koekjes laten we dan ook lekker krokant doorbakken.  En als we echt geluk hebben, gaat het brandalarm weer eens af. 432 leerlingen in de waterkou op het schoolplein in hun T-shirt zonder winterjas. Überhaupt begrijp ik niet helemaal waarom de temperatuur in de klassen zo hoog is dat er leerlingen met een T-shirt aan naar school komen. Vroeger had je ’s winters dikke sokken in je schoenen, een thermo broek onder je spijkerbroek  en een dikke trui met kraag aan in de winter. ’s Zomers kon je op slippers en in een korte broek naar school en dan nog parelde het zweet van je voorhoofd af. Drupte het zweet mooie kringen in je inkt.  Vroeger konden de ramen ook gewoon open en dicht zonder dat een klimaat geregelde computer in een depressie schoot.

Terug naar de ovens. Ovens waar nu voor het derde jaar op rij brandende koekjes uit komen, moeten weg. Kunnen we inderdaad nieuwe ovens gaan sparen, maar we kunnen ook gewoon nieuwe ovens bestellen. Nu. Direct. Gelukkig heb ik een pas van de ouderraad en een ouderraad die het volledig met me eens was. Nieuwe ovens. Dus bestelde ik ze online en liet ik ze diezelfde avond bij mij thuis bezorgen.

Onder aan de factuur stond de zin: verwelkom onze chauffeur met zelfgemaakte confetti. Nu ben ik handig in het organiseren van feestjes, maar hoe in hemelsnaam maak je confetti? Veel confetti? En dan niet met een perforator eindeloos gaatjes prikken in een vel papier; nee als je iets doet moet het goed. Ik vroeg aan mijn kinderen of ze op de eerste en de tweede verdieping kussenslopen vol confetti wilden gaan strooien, op het moment dat de bezorger ons pad op kwam lopen. Kinderen keken me niet eens verbaasd aan. Kennen me inmiddels. Wilden echter voor geen goud of zakgeldverhoging confetti strooien. De teleurstelling was van mijn gezicht af te lezen. ‘Mam, wij willen best strooien, dat is het natuurlijk niet, maar u moet zelf morgenochtend die troep weer bij elkaar vegen.’ Mijn kinderen zijn heel slim en diplomatiek. Confetti viel af, maar wat nu? Ik had echter geen tijd voor plan B. Chauffeur stond voor de deur.

Blij, omdat er morgen weer gewoon veilig gebakken kon gaan worden, opende ik de deur. De chauffeur kwam met een brede grijns aangelopen met twee enorme dozen in zijn armen. ‘Er is vast iets niet helemaal goed gegaan, ik heb twee ovens meegekregen van de baas.’ ‘Ja, dat is hartstikke goed, het is voor school. Daar stonden vandaag twee ovens in de brand en stonden 430 leerlingen buiten in de kou.’ (Niet waar hoor, meelezende ouders, het alarm is niet afgegaan en de kinderen bleven warm binnen) ‘O. Gelukkig!.’ Dat antwoord zorgde ervoor dat ik even, heel even uit het veld werd geslagen. Luister je wel naar wat ik zeg? Ovens in brand, school ontruimd en jij zegt alleen maar: O. Gelukkig. De chauffeur draaide zich alweer om toen ik me die confetti weer herinnerde. ‘Ik heb dus geen confetti om je te verwelkomen, maar wel een bus poedersuiker. Is dat ook goed?’


Nog nooit een chauffeur zo snel weg zien rijden. 

woensdag 6 december 2017

Met de bus.

Voor sommige mensen is het reizen met de bus net zo vanzelfsprekend als het voor mij is om ’s morgens schoenen aan te doen. Voor mij is het dat niet. Niet vanzelfsprekend dus. Of beter gezegd: ik was nog nooit met de bus ergens naartoe gereisd. Uiteraard wel met schoolreisjes, maar dan stapte ik gewoon in een bus met chauffeur, zocht een leerling uit die eenzaam en alleen op een bankje zat en reed met de hele bus naar 1 of ander pretpark.

In het vervoer heb ik liever zelf de touwtjes in handen. (Voor de mensen die mij kennen: ja, ook buiten het vervoer. Ik heb graag overal en altijd zelf de regie) Met de invoering van een automatische kaart, werd voor mij de drempel naar het openbaar vervoer een hele berg. De trein kun je mij nog uitleggen. Je loopt naar een perron, logt in met je kaart en stapt zoveel haltes verder weer uit op een ander perron. Logt uit bij een ander paaltje en ziezo, de reis is geslaagd. Met de bus werkt het precies eender legde men mij uit.

NIET DUS! Heeft u ooit bij een bushalte een inlog paal zien staan? Precies! Niet hetzelfde. De paal zit in de bus legde men mij verder uit en dus scan je de kaart bij het in- en uitstappen. NIET DUS! Want als die paal met mij meereist, hoe weet die paal dan hoever ik heb gereisd?? Ik log in in de bus en ik log uit in de bus. Maar die paal weet niet waar we zijn! Hier begonnen mijn kinderen opeens verwoed iets onder tafel te zoeken. Ze waren vast iets belangrijks kwijt, want de tranen liepen over hun wangen.

Afijn! Als je met de auto zonder tomtom naar Oostenrijk rijdt, door Duitsland, Denemarken, Groot Brittannië doorkruist en heel Scandinavië al hebt bekeken, (nogmaals zonder tomtom) Hoe moeilijk zal het dan zijn om met de bus naar Alkmaar te rijden? Dus besloot ik op een zaterdagavond de proef op de som te nemen. Ik zou een heuse wereldreiziger worden. Was de hele dag niet te genieten, compleet thuisfront was ernstig blij dat ik even een paar uur verdween en op het laatste moment besloot eega maar mee te lopen. Just in case….

Wachtend bij de halte, zie ik in de handen van medereizigers opeens een gele kaart en ik staar naar mijn blauwe kaart. Ojee, de verkeerde kleur. Ik heb de verkeerde kleur kaart. Waar is die paal en waar blijft die bus? Van spanning begon ik te ratelen en ik hield niet meer op. Medereizigers keken me boos aan. Hou je snavel! Zag je ze denken, en: die is niet helemaal goed wijs in haar bovenkamer!
Klopt. Maar de bus kwam en ik hield dapper mijn kaart voor een scherm. Stralend nam ik plaats, stralend keek ik naar buiten naar eega, en stralend vertelde ik aan een ieder die naar me wilde luisteren: ik heb ingelogd! Niemand wilde overigens naar me luisteren, maar ik vertelde het ze toch maar. Dat de bus een totaal andere route richting stad reed als ik met mijn auto doorgaans doe, zorgde voor verwarring in mijn hoofd. Busbaan. Busbaan was heel veel sneller, dus ik heb de route in mijn hoofd geprent.  Uitloggen ging geweldig en mijn avond kon op voorhand niet meer stuk.

Dacht ik. Ik moest natuurlijk ook weer terug. Terug naar huis. Vinden de kinderen wel zo prettig. Op het centraal station keek ik heel erg goed naar de buslijn en stapte in de goede bus in. Pakte mijn kaart, logde in en nam plaats. De buschauffeur pakte zijn muntenbak, zijn kaartjes, stopte alles in een tas, trok zijn jas aan en roep goedenavond op het moment dat hij de bus verliet. EHHHHHHHHH?

Er zal vast een verklaring zijn, of beter: een vervangend chauffeur. Het wachten begon. 1-2-3-4-5-6-7-8-9-10 minuten. De bus zou nu moeten gaan rijden. Ik zat nog steeds in een verlaten lege bus. Naast mij een andere bus en ik lachte vriendelijk naar reizigers in andere bus. Ik maak me geen zorgen hoor. Het zal wel goed komen. Ondertussen vroeg ik op facebook om hulp. 11-12-13-14-15 minuten en eindelijk kwam er een nieuwe chauffeur. Oef. Zie je wel, alles komt goed. Intussen was ik de halte kwijt waar ik uit moest stappen. ‘Mijnheer de chauffeur, ik reis voor het eerst met de bus en ik weet niet waar ik er uit moet stappen.’ Ik fluisterde, want geef toe, het is tamelijk achterlijk als je de veertig gepasseerd bent en je niet weet hoe een bus werkt. ‘Nou ja! Dit meidje gaat voor het eerst met de bus en ze denkt nu dat ik een reisleider ben. Ik ben een buschauffeur, geen vakantieplanner!’ De chauffeur fluisterde niet, maar schreeuwde tamelijk hard door de bus. Ik zag mijn gezicht heel erg rood worden. Ik keek achterom en zag de hele buslading passagiers naar mij staren. Hoezo heeft op dit moment opeens niemand zo’n klote telefoon in hun handen? Hoezo wordt er nu opeens op mij gefocust?

De chauffeur zag de paniek bij mij toeslaan en antwoordde toen snel dat hij ook de halte niet wist te benoemen, maar dat hij me echt bij de fietsbrug en de supermarkt uit de bus zou zetten.

U gelooft het niet, maar ik kwam thuis. Een ervaring rijker. En het antwoord op de vraag hoe de bus weet wat mijn reis heeft gekost? GPS mam. Een bus rijdt op gps. Dat apparaat dus ook.

Je bent nooit te oud om te leren en nooit te oud om met de bus te gaan.

dinsdag 7 november 2017

Achtbaan

‘Waar is jouw gips?’ ’ Ik heb geen gips.’ ‘Waarom heb jij dan je arm in een doek voor gips?’ ‘Omdat je ook zonder gips pijn kunt hebben in je arm.’ ‘Met gips heb je géén pijn meer. Ik denk dat je niets hebt. Wat heb je?’ ‘Een pijnlijke schouder.’ (En zweet druppelend tussen mijn schouderbladen, maar dat ga ik deze bijdehante kleuters niet vertellen) ‘Waaaaarom heb je dan een gipsen arm?’ ‘Ik heb geen gipsen arm.’ ‘Maar wel de doek voor een gipsen arm! Waar zit jouw gips?’ ‘Ik hoef geen gips. Ik heb een schouder die telkens uit de kom schiet.’ ‘Wauw!’ Roept de jongen die mijn verhaal ernstig in twijfel trekt. ‘Laat zien! Laat zien!! Kun jij die band daar lek schieten? Van die blauwe fiets. Die is van mij. ‘

‘Nee, ik kan geen banden lek schieten, mijn schouder schiet uit de kom. Kijk, dit is je schouder en je arm hangt daar aan vast met allemaal spieren. (De rest van de anatomie laat ik voor wat het is) En bij mij gaat mijn arm los van mijn schouder.’ ‘Ieeeeee!’ Roepen de meisjes. De jongen trekt zijn arm snel onder mijn hand vandaan. ‘Gatver! En plakt jouw mamma dan een pleister?’ ‘Nee, geen pleister. De dokter gaat mijn schouder oper.. gaat een pleister plakken op mijn schouder.’

‘Jij bent net een draak.’ Het jongetje met het hoogste woord, hangt inmiddels alweer ondersteboven in de iglo op het schoolplein. Ver buiten mijn bereik, zodat ik zijn arm niet ook als schiettuig kan gebruiken.  ‘Een vuurspuwende draak. Je hebt een rode trui en een rood hoofd.’ ‘Jij ook’ zeg ik. ‘Je hangt ondersteboven.’ ‘Wil jij ook? Het is heel leuk, want je ziet de wolken op hun kop langs rijden. Probeer het maar.’ Jongen staat weer met zijn benen op de grond. ‘Nee, dat durf ik niet.’ ‘Durf jij dat geeneens?’ Drie meisjes hangen giechelend ondersteboven om te laten zien dat het niet eng is. ‘Nee, dat durf ik niet. Ik durf ook niet in een achtbaan.’ ‘Echt wel!’ Roept het jongetje. ‘Ik ging in een drakenachtbaan en die spoot ook vuur en ik ging een looping maken en toen nog een keer op mijn kop, echt niets engs aan.’

‘Ik ging 1 keer in een achtbaan’ vertel ik verder. Met mijn kinderen. ‘En ik dacht echt dat ik doo.. door een brandende hoepel vloog en toen begon ik te huilen.’ Kleuterkinderen lachen hardop om zoveel dommigheid. ‘Een brandende hoepel in een achtbaan, die hebben we nog nooit gezien. Moest jij echt huilen?’ ‘Ja, ik kwam er huilend uit. En mijn kinderen schaamden zich heel erg voor mij.’ ‘Ik niet, ik kom echt nooit huilend uit een achtbaan, zelfs niet toen ik in die looping ging. Er was wel een eng spookhuis met skeletten enzo, die was wel een beetje eng, maar huilen doe ik niet hoor. Ook niet toen ik mijn arm brak, ik had wél echt gips, want ik viel van een podium tijdens het zingen en nu durf ik alles.’ De meisjes knikken. Ik twijfel geen moment aan zijn woorden.

‘Nog twee nachtjes slapen en dan zijn er lichtjes op school. Met limonade. Kom jij dan ook? Of ben je dan ook bang? Het is namelijk heel donker in school, maar wel gezellig, we krijgen limonade. Lust jij limonade?’ 1 meisje staat op. ‘Ik kom donderdag niet. Mijn moeder vind het namelijk maar stom, dus ik ga geen lichtjes kijken en  geen limonade drinken.’ ‘En ik ben nog nooit in een achtbaan geweest’ vertelt een meisje die rustig heeft geluisterd, maar nog niets heeft gezegd. ‘Mijn pappa en mamma hebben namelijk helemaal geen centjes om naar een achtbaan te gaan. Ik kom wel naar lichtjesavond.’ Alle kinderen zijn stil en proberen hier iets mee te doen. ‘Kom jij dan naar mij?’ Vraagt het jongetje die nergens bang voor is. ‘Dan krijg je van mij limonade op lichtjesavond.’ ‘En van mij krijgen jullie allemaal een koekje. Tot donderdag jongens.’


Bij mijn fiets draai ik me om. Het meisje hangt samen met de jongen ondersteboven in de iglo, het jongetje wijst de mooiste wolken aan. Net alsof ze samen in een achtbaan zitten.