woensdag 25 december 2013

Het eenzame kaartje en haar kerstmis reis.

Met heel veel plezier en haar tong uit haar mond was een klein meisje een kaart aan het versieren. Een kaart voor Kerstmis. Voor haar opa en oma. Glitters en lijm en plakkers en tekeningen versierden de gehele kaart. Na een tijdje, toen er geen enkel onbedekt plekje meer te zien was, kwam mamma met de enveloppe. Met het adres van opa en oma. Een saaie witte enveloppe. Het meisje wilde die ook nog wel kleuren, maar dat mocht niet van mamma. Dan zou de kaart niet aankomen. En zowel de kaart als het meisje wilden natuurlijk niets liever dan dat de kaart straks bij opa en oma op de vensterbank zou staan. Het meisje mocht de enveloppe wel dichtplakken met een kerstboom sticker.

Huppelend liepen het kleine meisje, haar broertje in de kinderwagen en mamma naar de brievenbus. De grote, rode imposante brievenbus op de hoek van de straat. Met 2 ogen met inktzwarte wenkbrauwen. Mamma tilde het kleine meisje op en zo kon ze haar kaart door de wenkbrauwen duwen. Plof deed de kaart toen hij in de bijna lege bak viel. Het meisje liep weer naar huis. Toen ze bijna de bocht omgingen, draaide ze zich nog 1 keer om en zwaaide een laatste maal naar haar kaart.

In de bus was het donker. Donker en zwart. Hier en daar lagen al wat kaarten en die hadden het heel gezellig. De kerst sfeer was al aanwezig in de brievenbus bak. Er lagen ook statige witte, dichte enveloppen. Die waren vast belangrijk, want die lagen een beetje bij elkaar. In de hoek die het meest verlicht werd door de zonnestralen die door de wenkbrauwen straalden. Het kaartje voelde dat ze steeds een beetje meer bewegingsruimte kreeg. De kerstboom op haar rug raakte los. Gedurende de dag werd de bus voller en voller en lag het kaartje een beetje verdrukt onderaan. Op haar rug zat een ander kaartje geplakt. Die was blijven hangen aan de loslatende kerstboom.

Met een klap was daar opeens heel veel licht. Er werd eens flink geschud en alle kaartjes vielen tuimelend over elkaar heen een grote zak in. Ze werden met zak en al in een auto gegooid en om de zoveel tijd stopte de auto en werd er even later nog een zak met post in de auto gegooid. De lange rit eindigde in een hele grote hal. Een hal met heel veel machines. Grote enge grijze machines met tanden en heel veel poststukken. Kaarten en kaartjes, enveloppen groot en klein en doosjes. Het kleine kaartje werd gescheiden van de meereizende kaart en de kerstboom zat nu helemaal los op haar rug. Alleen aan de onderkant bleef de boom nog een klein beetje plakken. Het kaartje keek verwonderd om zich heen. Wat een wonderlijke reis!

En toen was het tijd om ook de machine in  te gaan. En daar gebeurde het: de kerstboom bleef plakken aan een ijzeren rand en het kaartje voelde hoe ze langzaam uit de enveloppe werd getrokken. De machine trok aan de ene kant, de enveloppe aan de andere kant. En de machine won. Het kaartje draaide nog een stukje mee met de overige post, maar viel ergens aan het einde toch tussen de post uit. Helemaal alleen lag ze op de grond. Ze keek naar voeten en heel even in een flits zag ze boven haar hoofd, de kerstboom langs flitsen. Wacht op mij! Riep ze, maar niemand hoorde haar, en de enveloppe ging helemaal alleen, helemaal leeg tussen de post op eg naar het volgende deel van de reis. In een rode bak werd hij vervoerd naar een mevrouw die op een stoel zat en post in hokjes deed.

Het kaartje werd gevonden door een vriendelijke meneer, die haar echter niet verstond. De meneer bekeek het kaartje van alle kanten en plakte haar met een glimlach op zijn gezicht op een muur. Tussen nog wel honderd andere kaarten. Allemaal alleen. Helemaal alleen, maar toch met zijn allen. Gescheiden van adres en dus eindigend hier op een kale muur in een groot lawaaiig gebouw.

Ondertussen kreeg de mevrouw op de stoel een lege enveloppe in haar handen. Ze bekeek hem eens goed, keek naar het adressering. Voor opa en oma. Met een halfplakkende kerstboomsticker op de achterkant en schudde verdrietig het hoofd. Weer een opa en oma die verwachtingsvol naar de postbode uitkijken. Dag in, dag uit. Wachtend op dat ene kaartje. Op die ene kerstkaart waar ze het hele jaar naar uitkijken. Het kaartje dat nooit zal komen, omdat ze aan een muur hangt. De plek op de vensterbank zal voor altijd leeg blijven. Het meisje dat op visite komt met kerst zal verdrietig naast de vensterbank op de grond gaan zitten. Haar kaartje zal een wonderbaarlijke reis beleven. In haar hoofd schrijft ze de verhalen. Over een kerstkaart die over de wereldzeeën vaart, die hoog boven de wolken naar de andere kant van de wereld vliegt. Haar kaartje, die ooit vast terug zal komen bij opa en oma. Volgestempeld met exotische stempels. Gelukkig weet het kleine meisje niet wat wij wel weten. Haar kaartje zal nooit verder komen dan die muur in de fabriek.


Moraal van dit verhaal: plak uw post gewoon dicht met de plakstrip en laat versieringen achterwege.


maandag 23 december 2013

Kerstboodschappen.

Kent u dat? Twee dagen voor kerst ga je samen met echtgenoot en oudste zoon het winkelcentrum in. Gewoon om eens te kijken hoe druk het er nu eigenlijk is en om nog wat vers fruit te kopen. Druk is het. Politie die het vaststaande verkeer in goede banen probeert te leiden. Verkeer dat gewoon stil staat te staan, parkeergarages die overvol zijn, omdat iedereen naar dezelfde parkeerplaats wil. Als lemmingen blijven ze achter elkaar aan rijden en duiken allemaal dat parkeerterrein op wat echter al helemaal vaststaat. Vol met geparkeerde auto's en vast met auto's die het parkeerdek weer willen verlaten.

Echtgenoot slaat van de massa af en vind een nagenoeg lege parkeergarage. Ideaal. We lopen het centrum in en schrikken dan eigenlijk wel een beetje. Het is druk. Erg druk. In winkels moet je enorm om je heen kijken, want groepen mannen duiken ook net exact dat gangpad in waar jij net staat te staan met zoon. Drukken zich tegen je aan. Ik druk terug. Blijf met je poten van mijn zoon, van mijn spullen en zeker ook van mij af! Ik ben een afschrikbarend viswijf als je zomaar aan mijn spullen wilt komen. Straal ik dan ook uit. Boze aura omhult mij en mijn zoon. Komt geen woord aan te pas. Mannen druipen af. Op zoek naar een mevrouw die een stuk aardiger is. Die zich wel willoos laat beroven, omdat ze net een fantastisch cadeau ziet voor kleinzoon of buurvrouw. En dus even bukt en haar handtas of haar jaszak een ogenblik vergeet.

Wij kopen niets en lopen weer verder. Ook binnen lopen overal agenten. In ploegen van twee. Het is druk. Ernstig druk. Wat doen al die mensen hier? Vragen zij ook van ons. Niet echt heel veel spullen kopen volgens mij. De karren zijn nagenoeg leeg of gevuld met normale boodschappen. Appelen, tandpasta, toiletpapier, maandverband, fles wijn, babyvoeding, vers brood. Waar zijn die kalkoenen, waar die kersthammen? Of zullen die al gevuld met sinaasappelen in de oven staan voor eerste kerstdag?

Omdat oudste zoon niet helemaal lekker is en met 2 ontstoken ogen rondloopt en af en toe een paal mist, heb ik regelmatig zijn hand vast. Zo ook op het centrale plein. Ik pak zijn hand, of eigenlijk de eerste de beste hand die voor het grijpen ligt en zo loop ik bijna, lees bijna, hand in hand met een wildvreemde man. Een man die een beetje bozig naar me kijkt. Denkt vast dat ik ook een zakkenroller ben. Maar als hij mijn verschrikte blik ziet, begint hij te grijnzen. Zijn vrouw niet. Die trekt eega met zich mee. Weg van maffe vrouw die zomaar hand in hand gaat lopen met HAAR man. Niet die van mij. Krijg nu wat zeg ik tegen zoon, liep mamma zomaar bijna met een andere meneer door het centrum. Zoon begint te lachen. Net als de mensen om ons heen.Vreemde moeder heeft hij.

Ondertussen leggen we de laatste hand aan mijn kerstpakket. Via mijn werkgever kon je zelf een kerstpakket uitkiezen. Maar als je al 15 jaar getrouwd bent, heb je wel een theepot en een boormachine en boeken heb je ook wel. De kinderen mochten kiezen en ze kozen voor een ouderwets kerstpakket. Een doos met wijn en crackers en jam en allemaal lekkere dingen. Dus hebben we gekozen voor een bon van de H.ema en zijn we zelf een pakket gaan samenstellen met allemaal dingen die de kinderen lekker vinden. En een fles rode wijn. Want die vind mamma lekker. En dat is het enige wat ze hebben onthouden. Er zat een fles wijn in voor mamma. (ik voel me een beetje een zuipschuit nu) Morgen als ze wakker worden ligt hij onder de boom. Jammer dat ik morgen nog moet werken, ik had graag hun gezichten willen zien.

Vanaf mijn plek in de hoek van de kamer, wens ik alle lezers van mijn blog een fantastisch sfeervol kerstfeest met al jullie geliefden, een heel mooi uiteinde, en een liefdevol en gelukkig 2014!

Anna Marie.


zaterdag 21 december 2013

Een school vol lichtjes.

19 december. We zijn al de hele dag in touw op school. Grote zaal klaarzetten, boodschappen ophalen en verdelen over 16 dozen. 16 klassen. Rollen tafelkleed en dan halverwege tot de ontdekking komen dat er opeens nog 10 leerlingen extra onze school zijn komen versterken. We draaien onze hand nergens meer voor om. Hard werken is het om alles op tijd klaar te krijgen. Af en toe komen er leerlingen een praatje maken. ‘Wat zijn jullie aan het doen?’ ‘Is dat voor ons?’ ‘Wij hebben vanavond feest.’ ‘Dan mogen we op school eten.’ ‘Ik heb worstenbroodjes gemaakt. Nou eigenlijk mijn moeder, maar ik neem het mee.’

De sfeer is goed op school en het ruikt heerlijk. Er zijn namelijk nog een paar klassen kerststukjes aan het maken. Dat staat gezellig vanavond op de tafels. En het ruikt dus naar een versgekapt bos. Hmm, dat beeld is niet echt sfeervol. Het ruikt naar een bos na een verfrissende herfstbui. Stuk romantischer direct dit beeld op mijn netvlies. En zo zijn wij aan het werk. Samen met leerlingen die allemaal heel graag willen helpen om de aula klaar te zetten voor vanavond.

Om half 4 zijn we thuis en begint het grote racen tegen de klok. 3 kinderen in de was en in de schone kerstkleding, zelf voor de tweede keer in de douche, tussendoor de IJslandse kerstcakes in plakken snijden en op schotels draperen. Gelukkig hoeven we voor de jongste alleen maar 3 blikken worstjes op te warmen. 10 voor 5. Klaar om weer naar school te gaan. Helaas is mamma vergeten om zichzelf aan te kleden. 5 uur. Op naar school. Daar staan namelijk de worst en de kaas nog netjes in de koelkast. En die moeten dus nog verdeeld worden. Dat is het nadeel van in de OR zitten. Je bent de hele tijd druk bezig en vergeet soms te genieten. Om te genieten van dat waar het eigenlijk om draait. De kinderen! Mijn kinderen, maar ook alle andere kinderen op school.

Als we de klassen gaan halen, zitten er allemaal stralende kinderen. De scheidingen zijn recht en in de gel, de staarten gevlochten en met de hoeveelheid glitters in het haar, zouden we een heel jaar kunnen knutselen. De stropdassen zitten recht (of niet) en allemaal lopen ze rechtop van trots. De jongste leerlingen vinden het wel een beetje spannend. ‘Er komt straks een echte Jezus op het podium!’ Dat hebben ze gehoord, ‘en een Jozef en een Maria!’ Gewoon zo uit Het boek op het podium! Dat dit jaar de viering iets anders gaat en er een keer geen echte baby in de kribbe ligt, mag de pret niet drukken, want de kinderen zijn zelf de hoofdpersonen! Zijn zelf Jozef en Maria en ze zijn de herder en de muzikant!

Volgens de directeur hebben we een school vol lichtjes. En dat klopt ook wel. Want als de muzikanten niet helemaal samen op 1 toonhoogte spelen, is er niemand die daar iets van zegt. In tegendeel, het applaus is gemeend en hartverwarmend. Er mag ook gezongen worden. Over Jezus die komt op een paard. Nog nooit van dat liedje gehoord, maar ik zing vrolijk mee. Achter een groep leerlingen die allemaal beginnen te giechelen. Tsja, geef ze eens ongelijk. Ik vind het ook maar een rare tekst. Hij kwam op aarde en had al een kruis. Daar stopte ik. Wat een vreemde teksten. Volgend jaar maar weer gewoon o dennenboom instuderen denk ik.

Als alle kinderen aan het einde van de viering naar hun klassen gaan om gezamenlijk het Kerstmaal te nuttigen, gaan wij weer aan het werk. De zaal moet weer leeg. Opgeruimd is maar klaar. Tussendoor kijken we toch af en toe even de klassen in en zien de kinderen stuk voor stuk genieten. Kinderen blijven eten van al het lekkers dat op tafel staat. Eten toetjes voor de pannenkoeken en worstjes na het kadetje. Drinken chocolademelk en limonade en als ze zien dat er ook nog yoki is, willen ze dat ook nog. En daarna weer limonade. Eten fruit spiesjes en chocoladelolly's. Gewoon door elkaar.Wat maakt het allemaal uit op een avond als vanavond? We zijn per slot van rekening allemaal lichtjes. Dat hebben we namelijk net gehoord. Maar sommige lichtjes lopen aan het einde van de avond toch met twee handen op hun buik naar het toilet. De combinaties vallen soms toch niet zo goed. We hebben een hele zware dag gehad, geen Kerstkoor horen zingen op het plein, maar wel heel veel blije kinderen gezien.

Daar draait het per slot van rekening om. De kinderen. De 412 kinderen op school. En dat sommige volwassenen daar anders over denken, viel op die avond even compleet verkeerd. Als je met je team van ouders al dagen in de weer bent om een grandioos feest neer te zetten en je krijgt op het moment suprême een bak commentaar over je heen, dan heb je het even volledig gehad. Dan ga je naar een hoek van de aula, en zing je over Jezus die kwam op een paard, en zie je wat de directeur al eerder had gezien. Een school vol lichtjes! Lichtjes van de school en lichtjes voor de toekomst.

Collega’s van de Ouderraad en alle hulpouders die zich hebben ingezet: Dank jullie wel!!
Hele fijne feestdagen en een liefdevol en warm 2014!!


Anna Marie.


maandag 9 december 2013

Kerstsfeer deel 2.

Ja, u leest het goed. Deel 2. En er komt ook nog een deel 3. Na het kerst debacle van gister in privé sfeer, en het ging nog veel verder daar waar het verhaal eindigde, gingen we vandaag voor de positieve verhaallijn. kerst versieren op school.

En nu mag u best weten dat ik er na gisteren eigenlijk een hard hoofd in had. ’s Morgens bij het ontbijt staarde de boom naar mij. ‘Ziet er nu niemand dat ik scheef sta? Ziet ook niemand dat er alleen een paar zielige lampjes mijn takken sieren?’ Ik staarde terug. Niet van plan om me te laten ondermijnen door een kerstboom.

Op school aangekomen werden we aangenaam verrast door een groep hulpouders. En onder het mom van: vele handen maken licht werk kwam mijn humeur weer terug. U kent mij. Ik ga niet bij de Kerstballen neerzitten. De eerste bomen stonden vrij snel in de gangen van de school. Doordat ze vorig jaar compleet in een tas zijn gegaan, inclusief lampjes en versieringen, was het nu een kwestie van in elkaar zetten en de versieringen er in hangen. Om 10 uur zaten we dus gezamenlijk aan de koffie en stonden de bomen. (Op 2 na)

Dat daarna het echte werk pas begon, het versieren van de gangen en de grote zaal en dat er juist in die kleine klussen de meeste tijd gaat zitten, had ik even onderschat. Vandaag dus de nodige meters gemaakt. Van zolder naar zolder, van gang groep 3 naar gang groep 7 naar groep 8, naar zolder, naar punaise, naar paperclip en van open haard naar koffiekamer. De stroopwafels die uitgedeeld werden smaakten me dus erg lekker. Dat zult u begrijpen. En mijn humeur werd met de minuut beter.

Na de lunch, we hadden ons verschanst in de kleuter gymzaal, gingen we met een nieuw en dus fris team van ouders op voor de laatste bomen en voor het versieren van de laatste gang. Dat er overal in school vreemde sterren in de meest afgrijselijke kleuren hingen was mij een doorn in het oog. Het leek wel kermis in plaats van de serene kerst sfeer die we zo graag wilden hebben. Gelukkig vond 1 van de kleuterjuffen dit ook en zodoende liepen we nog 1 laatste rondje door de school. Om al die ontsierende versieringen weer weg te halen. Met kerstmuts overigens. Het schijnt traditie te zijn dat de voorzitter van de Ouderraad vanaf het versieren tot en met het kerstfeest met een kerstmuts op het hoofd door de school loopt. Nu heb ik vaag het idee dat ik er tussen genomen wordt, maar het zou inderdaad zomaar traditie kunnen zijn.

Al met al heb ik weer een hele leuke dag gehad. Een vermoeiende dag dat wel, maar ik heb weer ook weer onbedaarlijke lachstuipen gehad, een Kerstman op de plaats van de directeur gezet (wie ziet het verschil) en de nodige kerstliedjes gezongen. We hebben weer zin in de kerst! Morgen dan toch ook maar weer het gevecht aangaan met mijn eigen bomen.


En 1 opmerking van een kleuterkindje wil ik jullie niet onthouden. In de gang van de kleuterbouw, stond een jongetje met hele mooie stekels in zijn haren zijn jas aan te trekken. ‘Wat heb jij een mooie stekels’ zei ik dus tegen hem, waarop klasgenoot mij van repliek diende: ‘mooie stekels? Mooie stekels? Hij lijkt anders wel een vis!’ Goed, wat dit met het Kerstverhaal te maken heeft weet ik niet, maar dit geeft wel aan waarom ik het nu zo leuk vind om op school te helpen, om op school te MOGEN helpen. De blik van kinderen. En hun nuchtere en eerlijke weergave daarvan.

zondag 8 december 2013

Kerstsfeer.

Kerstfeest. Het feest van verlichting en sfeervolle woonkamers. Sfeervolle levens en vrede. Dat idee. Dat plaatje had ik ook voor ogen toen ik met dochter op jacht ging naar een kerstboom. Dochter genoot van alle prachtige kerststukken, karren vol kerstgroen en uiteindelijk het enorme kerstbomenbos midden in de winkel. Verrukt sprong ze uit de kar en liep langs en door de bomen. Huppelend trok ze ten strijde. Ik had inmiddels al een boom gepakt. Gewoon de eerste die voor mijn voeten lag. Prima boom vond ik. Ik ben van het gemak. Is een boom op het eerste gezicht goed, dan is het goed zo en kunnen we naar de kassa. Dochter dacht daar anders over. Keek naar de door mij uitgezochte boom en schudde meewarig haar hoofd. Ik keek nog een snaar boom in mijn hand. Niets mis mee dacht ik. Maar dochter liep als een ware keuringsdienst van waren door het kerstbomenbos en werd geholpen door een iets oudere meneer die de taak had om de mensen aan een ideale boom te helpen.  Hij genoot van mijn dochters zoektocht naar de ultieme boom.

Ze waren eigenlijk allemaal te klein. Daar kwam het op neer bij dochter. Maar daar wist de meneer wel iets op. Hij liep naar de uiterste hoek. Daar waar de bomen een godsvermogen kosten en dan nog niet eens in je auto passen. Daar begon ik toch niet aan en dochter kwam weer terug. Samen met de man zocht ze een boom uit die net iets hoger was dan al die andere bomen uit mijn hoekje van het bos. Die moest het worden. Maar ik stond al die tijd nog steeds met mijn boom in mijn handen. Deze neem ik ook zei ik. Ik heb namelijk ook nog zo iets als mijn trots. Met 2 bomen reden wij door de winkel. Dochter liep er stralend naast. In de auto hadden we een waar kerstsfeertje. Het rook heerlijk! We hadden er zin in. Dochter en ik. Kerstsfeer in huis. Laat de donkere dagen maar komen.

Thuis ging het echter razendsnel mis. De boom was scheef en paste helemaal niet in de pot die ik voor ogen had. Niet recht te krijgen. Iedere keer moest er weer een tak af aan de onderzijde. Prachtige stapel kerstgroen had ik inmiddels liggen. Mooi voor een kerststuk op tafel. Maar de boom werd kaler en kaler, mijn humeur kelderde naar een dieptepunt en ik bleef tot 10 tellen. Hielp geen snars, want boom was gewoon hartstikke scheef. En kaal aan de onderzijde inmiddels. Boom 1 werd aan de kant gegooid en boom 2 kwam tevoorschijn. De boom van dochter die ik echt helemaal niets vond. Maar het moet maar weer eens gezegd: deze boom is wel een stuk rechter. De door mij zo vurig gewenste kerstsfeer was inmiddels ver te zoeken in huize B. Pappa nam een wijs besluit en nam de kinderen mee. Weg van stomende en chagrijnige mamma. Mamma die kwaad was op alles en iedereen, maar vooral op zichzelf en op de boom.


We zijn nu een uur verder en  de boom van dochter staat in de pot. Op een Zweeds kerstkleed. Scheef. ook deze boom staat al weer scheef. Maar eigenlijk is dat toch helemaal niet zo erg? Het leven is ook scheef en hobbelig.Straks ga ik dus de lampjes er in hangen en dan kan dochter morgen de boom optuigen. Maar: als de lampjes het nu ook af laten weten, gaat ook deze boom boven op de borders tegen de vorst en haal ik morgen een opgetuigde kunstkerstboom MET werkende lampjes uit de etalage van het tuincentrum. Gemak dient de mens. Keert de gewenste vrede weer terug.

Ondertussen is het wel heel erg stil in huis.

donderdag 5 december 2013

Sinterklaas Goedheiligman!

Trek uw beste jas maar aan en rijd er mee naar Spanje. Dan zien we u volgend jaar wel weer. Ik vond het echt gezellig hoor. Vooral de liedjes. Ik vind Sinterklaas liedjes echt helemaal gaaf. Kan ze dan ook bijna allemaal uit volle borst meezingen. Dit tot grote ergernis van mijn kinderen. Nog ergerlijker vinden ze het als ik ook de bijbehorende dansjes ga doen. Ze schamen zich te pletter die kinderen van mij. De gezichten van de kinderen als er heel hard op de deuren wordt geklopt en er opeens pakjes in de gang blijken te staan, zijn onvergetelijk.

Maar wat echt helemaal niet leuk is: is de stress rond de cadeaus. Nu koop ik gewoon gedurende het jaar pakjes en verstop die in mijn kledingkast; vlak voor 5 december hoef ik dan alleen nog maar op pad voor dat ene cadeau waar ik geen rekening mee had gehouden. Maar de speelgoedfolders slingeren hier al vanaf het begin van het schooljaar door het huis. Hoe goed ik ze ook verstop. Mijn kinderen vinden alles. Zo vonden ze vorig jaar Paas de kerstchocolaatjes die ik dus kwijt was. In de folders wordt driftig geknipt en gekrast. Op televisie zijn de speelgoed reclame blokken langer dan het complete programma waar we naar kijken. De kinderen willen groter en duurder. En maken elkaar helemaal gek. Want Sinterklaas kan alles kopen! Nee!! Sinterklaas heeft ook gewoon mega last van de recessie!!

Dan heb ik het nog niet eens gehad over dat warrige Sinterklaas journaal. Dan is het boek weer zoek, dan zijn de pakjes op, dan vaart Sinterklaas weer terug naar Spanje, dan is er een baby Piet aan boord, dan is er weer een Wegwijs Piet met een kapotte Piet-Piet, dan is de staf weer zoek en ondertussen weet niemand hoeveel Pieten er nu eigenlijk zijn. Chaos alom .

Schoen zetten. En dan ’s morgens vroeg een nat geplast bed aantreffen van jongste zoon. Want: als je ’s nachts moet plassen doe je dat maar gewoon in je bed. Beneden loopt Piet door je huis. En dan om 6 uur je grote broer wakker maken, omdat je niet zelf naar beneden durft. Gevolg: een chagrijnige broer. Dat schoenzetten op zich vond ik dan wel weer leuk. Lekker liedjes zingen en dansen. Uitmondend in 3 vechtende kinderen: want kind 2 zong de verkeerde tekst en kind 3 vond dat hij nu was terwijl kind 1 nog in een pieten rap verwikkeld zat. Maar goed, er werd gezongen.

Boodschappen doen. Je kunt niet meer veilig met je kinderen naar de winkel. Als je even niet uitkijkt staat er weer een Piet in de nek van je kind te hijgen. 'Ben jij wel lief geweest dit jaar?' Ja, knikt kind. Heel lief geweest, maar bij Piet nummer 483, begint kind zich af te vragen of dat eigenlijk wel zo is. Is hij/zij wel zo lief geweest? Want waarom vragen die Pieten dat allemaal? En zonder uitzondering vinden de Pieten het dan heel grappig om een hand vol pepernoten in de capuchon te strooien. Met als gevolg dat mamma iedere ochtend als een verwarde door het huis op zoek moet naar een verstopte capuchon van kind nummer 3. Die was die pepernoten in zijn kraag inmiddels zo zat dat hij iedere dag zijn capuchon van zijn jas trok.

Zelfde kind die als de dood was dat Piet zijn schoenen mee zou nemen, en dus steevast mamma’s schoen bij de open haard neerzette. Na ruim 2 weken Sinterklaas stress ben ik blij dat de beste man weer voor een jaar naar Spanje vertrekt. Niet voor alle kinderen is het Sinterklaas feest ook echt een feest. Er zijn kinderen die gewoon een beetje anders zijn. En die worden behoorlijk onrustig van al dat gedoe. Van al dat gedoe dat zogenaamd heel leuk moet zijn, maar dat soms helemaal niet is.

En u moet me maar vertrouwen als ik zeg dat ik volgend jaar weer gewoon op de bank zit op de zaterdag na Sint Maarten. Met aan iedere kant een kind en op schoot een schaal vol pepernoten. Dat ik uit volle borst alle liedjes ten gehore breng, dat mijn kinderen ook echt niet vergeten worden op pakjesavond, maar dat ik ze verre hou van intochten, winkels, televisieprogramma’s waar de organisatie klaarblijkelijk ver te zoeken is, en mijn kinderen vooral ver weg hou van in hun nek hangende Pieten die als ze de kans schoon zien hun pepernoten in de kraag van kind strooien.

Gewoon weer ouderwets pakjesavond. Zoals vroeger. Dat Sinterklaas overdag bij jou op school kwam. De echte Sinterklaas! En dat er dan precies op het moment dat de echte Sint op het schoolplein stond, de nepper langs kwam rijden op weg naar een andere school. En’s avonds vol verwachting wachtend op het bonken van de Pieten op de ramen. Dat je van schrik je warme chocomel op je nette kleding morste en dat er dan opeens pakjes in de gang stonden. Vol verwachting klopt ons hart, maar ik vrees dat ik volgend jaar de roe krijg én de gard!

Sinterklaas: een hele rustige thuisreis gewenst. Ik hoop dat de storm op zee meevalt en dat u volgend jaar gewoon in 1 keer naar ons land komt varen, met uw schimmel en uw staf, alle baby Pieten in Spanje laat en de wegwijs Piet gewoon de weg weer wijst.

Dag Sinterklaasje!!

dinsdag 3 december 2013

Mamma is een vis.

Rune gaat naar school. Met zijn grote broer en mamma. Zus is ziek. En dus heeft mamma alle tijd voor Rune. 'Gaan we samen vliegen mam?' Ze pakt zijn hand en samen rennen ze over het schoolplein. Zo hard als Rune's beentjes hem dragen kunnen. Mamma doet: 'R-r-r-r-r-r' Rune schatert het uit. Een raar stel zijn ze op het plein 's morgens vroeg. De andere volwassenen zijn saai. Zij staan gewoon maar. Ze staan te staren zonder iets te zien. Mamma niet, mamma is een beetje gek. Mamma is lief. De andere kinderen willen ook mee met het vliegtuig. Maar de benzine is op. Ze stijgen namelijk helemaal niet op. Sputter-sputter doet het vliegtuig.

Samen lopen ze naar de klas van grote broer. Rune gluurt door het raam naast de deur naar binnen en durft toch de klas met grote jongens niet in. Mamma wel. Mamma brengt de beker in de klas en komt dan gelukkig weer naar buiten.

Ze tilt Rune op en zo lopen ze naar zijn klas. 'Blub' doet Rune. 'Blup-blup.' En mamma doet: 'plop-plop-plop.' Zo lopen ze door de gangen van de school. Een juf kijkt ze aan. 'We zijn een vis' zegt mamma en ze doet nog eens 'plop-plop-plop.' Rune kijkt naar de juf en hij doet 'blub-blub.' Rune doet 'blub' en mamma doet 'plop-zoem-plop-zoem. We zijn een vliegende vis.' 'Ach natuurlijk' zegt de juf. Kijkt nergens meer van op.

In de klas komen er 2 kinderen naar Rune toe. 'Jouw mamma is wel een beetje raar!' 'NIET!' zegt Rune. 'Mijn mamma is niet raar, mijn mamma is een vis!'


maandag 2 december 2013

Alle zegen komt van boven.

We schetsen een lunch. Zo 1 van: alle kinderen komen tussen de middag gezellig thuis een boterham eten. De jongste weigert wit brood te eten; mamma heeft weer eens niet goed opgelet. Hij wil een bruine boterham en anders maar niets. Jongste luistert af en toe dus wel naar mamma. Middelste wil een boterham met: 'datgene wat ik zaterdag met de verjaardag ook had.' Op de verjaardag zaterdag had middelste een kadetje met salami. Maar vandaag wilde ze dus geen kadetje, maar salami op een boterham. Oudste doet er nog een schepje bovenop. Hij wil wel 'gesmolten kaas. Op een maïsbroodje en dan de kaas wel lekker knapperig.'

Zo’n lunch dus. De wijzers van de klok snellen vooruit. Ik weet niet hoe het komt, maar wij hebben een magische klok. De hele dag loopt hij gewoon 1 op 1, maar tussen de middag gaat hij in de versnelling. Voor je het weet ben je een uur verder en moeten we terug naar school. De twee jongens hebben het begrepen. Hebben keurig gegeten, schoenen en jassen aan en klaar om weg te gaan. Maar dan hebben we nog een dochter.

En dochter verzint om kwart voor 1 opeens dat ze nog ergens een vriendenboekje heeft. Een vriendenboekje waar haar beste vriendinnetje nog niet in staat. En een etui heeft ze ook nog wel ergens. Kan ze knutselen in de klas. 'Je gaat niet meer knutselen in de klas.' 'Je weet maar nooit mam, misschien gaan we vanmiddag wel spontaan knutselen.' Ik weet al hoe laat het vandaag is. Vandaag is zo’n dag dat mijn kinderen te laat komen. Maar de redding is nabij. Pappa moet naar een klant. En laat die klant nu achter school wonen! Mamma stuurt pappa dus alvast met de jongens voorop.

Om 10 voor 1 stappen dochter en ik dan toch eindelijk ook op de fiets. Mijn fietstassen puilen weer uit van de overbodige rotzooi en dochter is helemaal happy. Ze kan knutselen in de klas, als de juf opeens besluit dat ze gaan knutselen. Een halve voorbereiding is het hele werk. Of iets dergelijks in ieder geval.

Dan komen we opeens oudste zoon tegen. Oudste zoon die dus helemaal niet van plan was om naar school te fietsen met pappa. In de verte zien we pappa fietsen met jongste. Altijd handig zo’n felblauwe jas. Een verkeerd geparkeerde auto zorgt voor de nodige onrust. ‘Lekker dan, wie zet zijn auto nu weer illegaal neer?‘ We besluiten van de fiets af te stappen en over de stoep te gaan tot het punt waar we kunnen oversteken. En dan gebeurt het: als een complete verrassing word ik gezegend van boven. Gezegend voor mijn engelengeduld? Voor mijn fantastische kinderen? Voor de sperziebonen die ik helemaal niet klaar kan maken? Voor mijn opgeruimde karakter? Voor mijn jongste zoon die in ieder geval op tijd in de klas zit? Alleen de hemel zal het weten. Ik weet in ieder geval zeker dat de zegen van een meeuw afkomstig was.

Dus stuur ik oudste zoon en middelste dochter op goed geluk en met het nodige wantrouwen met zijn tweeën naar school en cross ik terug naar huis, waar ik een turbo douche neem, en maar een heel klein beetje te laat op het schoolplein sta. Voor niets, want de kinderen zitten daadwerkelijk gewoon in de klas. Op tijd. Vanaf morgen doe ik het dus anders. Als de kinderen klaar zijn, zet ik ze op de fiets. Zwaai ze uit, staande in de deuropening met mijn nachtjapon en openvallende duster. Mijn pantoffels sieren mijn voeten en een kop koffie houdt me gezelschap. (Nu ben ik een beelddenker en visualiseer ik me met een brandende sigaret in de deuropening, maar ik rook helemaal niet. vandaar de kop koffie) Als ze de hoek om zijn loop ik naar binnen waar ik de krant ga lezen op de bank en als ik zin heb kleed ik me aan. Of niet, want ik hoef de deur toch niet meer uit. 


Gezegend ben ik. 

vrijdag 29 november 2013

De moord onder de Bonen.

Vroeger, toen alles beter was, de bloemen groter, het gras groener, de kinderen liever en de ouders geduldiger, was er niets aan de hand in huize Boon. Er kwamen Bonen bij en er gingen Bonen weg. Dagelijkse kost. Iedere Boon leefde harmonieus samen met de andere Boon. Van de een op de andere dag werd er af en toe een wanklank gehoord. Een dwarsliggende Boon. Een Boon die voor drong en zijn ellebogen gebruikte of een Boon die zijn snor juist drukte. Die met andere woorden de andere Bonen zijn boontjes liet doppen.

De sfeer werd grimmiger en grimmiger. Krakend en stomend werd er doorgewerkt, maar het ging allemaal niet meer als vroeger. De sfeer was ver te zoeken en het stoom kwam regelmatig bij een ieder uit de oren. De familie Boon was tot op het bot verdeeld. Er kwam een mediator aan te pas om te kijken of de situatie nog gerepareerd kon worden, en gedurende een paar maanden leek de lijmpoging geslaagd.

Tot vandaag. Vandaag was alles anders. Vandaag was er een moord gepleegd. De hele familie Boon was in opstand gekomen tegen het Zwarte schaap van de familie Boon. Ze hadden hem eigenhandig een kopje kleiner gemaakt. Vermoord dus. Het bloed sijpelde langzaam aan de onderkant van de voordeur naar buiten. Zodat het voor iedereen in de boze buitenwereld direct duidelijk was: er is hier een moord gepleegd. Kan niet missen. De 'ik lijk soms wel een politieagent' mamma ging in de weer met doeken en reinigingsmiddelen. Maar het was te laat. Niets meer aan te doen. Vermoord is vermoord. De laatste adem was uitgeblazen.

Goed, vanaf morgen drinken we dus weer gewone, normale filterkoffie. Rust in vrede dierbare vriend. We hebben samen hele mooie avonturen beleefd. We zijn op de been gebleven door onze innige band en moeten nu een nieuwe weg inslaan. Verder zonder jou. Maar vergeten doen we je nooit. Als we ergens de geur opsnuiven van vers gemalen koffiebonen, denken we weer even terug aan de tijd die ooit was. Niet meer is.

vrijdag 22 november 2013

Hart van Goud!

Sophie was een jaar of 5 toen ze een meisje met een kaal hoofd zag. Mamma, waarom heeft dat meisje geen haar? Dat meisje is ziek Sophie. En daardoor is ze haar haar kwijtgeraakt. Sophie was onder de indruk en wilde wel mee helpen met zoeken. Toen het tot haar doordrong dat het meisje echt heel ziek was en dat haar haartjes kwijt waren geraakt door de ziekte was ze diep onder de indruk.Hoe diep, merkte ik pas later toen we een filmpje zagen over een organisatie die pruiken maakte voor diezelfde kinderen. Kinderen die om wat voor reden dan ook kaal waren geworden.

Mamma, dat wil ik ook! Ik ga mijn haar af laten knippen en dan krijgen die kinderen mijn haar. Prima hoor zei ik en vervolgens vergat ik het. Sophie niet. Sophie werd 6 en 7 en liet alleen nog maar de dode punten bijknippen bij de kapper. Want ze wilde zo graag lang haar. Prima vond ik dat. Nooit meer aan die pruiken gedacht. Dacht gewoon dat dochter lang haar wilde. Ergens halverwege haar spaaractie werd er toch per abuis een heel stuk afgeknipt. Volledig van slag was ze. Hoe ik ook vertelde dat ze er prachtig uit zag. Wist ik veel. Weten mamma's veel wat er in hoofdje van kleine meisjes rond gaat.

Maar nu was het dan echt zo ver! Sophie maakte een afspraak en kon terecht bij de kapper in het dorp die samenwerkt met de Stichting Haarwensen. Stralend ging ze zitten. Weet je het echt zeker? Vroeg ik aan dochter. Maar dochter wist het zeker. Dit is wat ze wilde. Haar haar groeide wel weer aan, maar die zieke kindjes hebben dat geluk niet. Ze zijn en ziek en dat is dan ook nog eens heel duidelijk zichtbaar. Geen moment heeft ze getwijfeld. Mijn stoere dochter. 8 jaar en klaar staan voor een ieder die hulp nodig heeft. En of dat nu in de klas is, op straat of iets verder in het land, Sophie kan niet tegen onrecht.

Zelf zat ik op een bank en keek van opzij naar dochter. Ik voelde een brok in mijn keel opkomen en tranen in mijn ogen. Daar zat ze. Mijn dochter! Mijn dochter die haar mooie lange haar liet kortwieken. In een paar knip bewegingen was de vlecht eraf. Hij werd voor Sophie neergelegd. Grote grijns van oor tot oor had ze. Vooral toen ze van de kapster hoorde dat ze nog een boblijn kon krijgen. Een bob, dat wilde ze zo graag! Die middag hadden we een vrolijke stuiterende dame in huis. Een dame die eindelijk haar grote wens in vervulling had zien gaan. Haar staart gaat kinderen vast heel blij maken. Mij heeft ze al blij gemaakt. Super trots ben ik op mijn meisje. Sophie: je bent mamma's held!!



zondag 17 november 2013

Popcorn.

1 van mijn blogspot/facebook collega’s ging van de week popcorn maken. Zelf. Niets magnetron, niets kant en klaar, nee zelfgemaakt. Want er ging n iets boven zelfgemaakte popcorn. Hoe dat moest vroeg ik en ik knoopte alle reacties goed in mijn oren. Beetje jammer dat er in onze buurt super geen popcorn korrels lagen. Vandaag waren we in de grote versie van de buurtsuper en ja, Ben kwam aangelopen met een zak popcorn korrels. Het feest kon beginnen.

Na het eten maak ik verse erwtensoep op de ene pit en op een ander zet ik een pan met olie. Op de verpakking stond dat ik de korrels 8 uur moest laten weken alvorens ze te gaan gebruiken. Ik ben echter niet van plan om een maïs soep te maken, ik wil popcorn! Zelfgemaakte verse popcorn, want er schijnt dus niets boven te gaan.

Schuif het deksel op de pan en ga koffie drinken. Sophie staat in de keuken. In haar ondergoed. Ze maakt worteltjes klaar voor zichzelf. Als ik mijn koffie op heb, loop ik terug naar de keuken. De olie zal wel warm genoeg zijn. Ik til het deksel van de pan en de keuken is hel verlicht. Even heb ik geen idee wat er gebeurt. Tot ik Sophie hoor gillen en de vlammen hoog boven me uit zie slaan. “Brand!! Brand!! Brand!!!” brul ik, terwijl Sophie gelukkig de keuken uit rent.  Zelf sta ik in mijn pyjama. Gelukkig van katoen. Onder de brandende pan en onder de loeiende afzuigkap zie ik het deksel weer liggen. Ik pak het op en schuif het deksel weer terug op de pan. Schuif het deksel dus terug op de pan. Van me af. En de vlammen zijn in ieder geval voor even gedoofd. Ben komt de hoek om, de keuken in. De keuken die inmiddels zwart ziet van de rook. Ik krijg een tirade over me heen terwijl ik Sophie probeer te troosten die compleet overstuur is. Logisch. Zelfs de jongens zagen dat het huis opeens fel verlicht werd. De jongens zaten in de woonkamer. Sophie stond er naast.

Meneer Ben, dezelfde die mij een uitbrander geeft over domme acties, pakt nu zelf het deksel van de pan en wederom zien we een lichtflits. Dat vind ik persoonlijk dus nog veel dommer!! (Eigenbelang) Van mijn opa heb ik ooit een branddeken gekregen. Die halen we tevoorschijn, de achterdeur gaat open en Ben gaat proberen om de pan naar buiten te krijgen. Voor brand zijn 3 elementen van belang: zuurstof/warmte en brandstof. Zolang het deksel op de pan zit, kan er geen zuurstof bij komen en is er niets aan de hand. Als de pan afgekoeld is, kun je er rustig zuurstof aan toevoegen, maar gebeurt er ook niets meer. We besluiten dus niet met een gemene pan te gaan lopen, maar om hem rustig af te laten koelen. Gecontroleerd. Ik opperde nog even om er water bij te gooien, maar dat is als olie op vuur gooien of iets dergelijks volgens Ben.


Als de pan in de gootsteen staat af te koelen, denk ik opeens terug aan mijn opa. Opa Stam. Als je warme eten maar op is. Het zou toch zonde zijn als je huis afbrandt en je eten staat nog op het vuur. Opa: ons avondeten hadden we gelukkig al op. Alleen die erwtensoep voor morgen stond dus nog te pruttelen. Gelukkig is de soep gered. En als troost heeft Ben alsnog popcorn gemaakt. Want ja, er gaat inderdaad niets boven zelfgemaakte popcorn. De volgende keer laat ik de popcorn korrels toch eerst maar 8 uur weken. Gewoon voor de zekerheid.

zaterdag 16 november 2013

Leerproces.

Mark gaat naar de grote school. Eerste dag. 6 weken vrij gehad en nu naar de grote stad. Wereld van verschil. Mark komt uit het dorp. Hij is er 1 van Sieme. Simon. Zijn vader heet Simon. Simon de melkboer. In zijn oude klas kwam iedereen uit het dorp. Waren alle vaders boer. Of agrariër zoals ze hier in de stad zeggen. De kinderen uit zijn oude klas zijn bijna allemaal naar scholen in de buurt gegaan, maar Mark kan heel goed leren en zodoende loopt hij nu rond op een scholengemeenschap voor Havo/Vwo en Gymnasium in de stad.

De eerste uren gingen goed. De leerkrachten zijn allemaal nog aardig, dat zal wel veranderen, en de klasgenoten zijn ook wel oké. Net als hij zenuwachtig, hoewel ze dat niet zo laten blijken. De meeste kennen elkaar al. Van de basisschool, van de voetbal, van de hockey of van zwemmen. Mark kent nog niemand.

Tijdens de eerste pauze komt hij er achter dat hij zijn brood is vergeten. Nee hè, brood ligt nog op de keukentafel. En ik heb ook geen geld mee om iets in de kantine te kopen. Dat wordt dus een dagje hongerlijden. Lekker begin. Vroeger ging je gewoon tussen de middag naar huis om warm te eten. Nu is het brood overdag en warmt mamma de aardappelen met vlees ’s avonds op als zij, pappa en zijn broertjes brood eten. De wereld verandert opeens als je naar het middelbare gaat.

Om 12 uur ontstaat er enige verwarring in de klas. Kinderen schieten in de lach, wijzen naar buiten en beginnen koeien en varkens na te doen. Mark begrijpt er niets van. Hij staat net als de anderen op en loopt naar het raam. Daar staat op het parkeerterrein voor de school een tractor. Een blauwe tractor. Tussen de gepoetste bolides van de leerkrachten. En uit de tractor is een boer gestapt. Met laarzen. Grijze laarzen. Pet op het hoofd. Zijn vader! Zijn vader loopt richting de ingang met de modder nog aan zijn laarzen. Met strootjes aan zijn overall. In zijn handen een lunchpakket. Mark doet een stap naar achter. Weg van het raam, maar precies op dat moment kijkt zijn vader naar boven. Langzaam gaat zijn hand omhoog. Een soort onhandige groet. Een groet met boterhammen kaas. Mark heeft het idee dat hij in een vacuüm zit. Alsof alle kinderen weg deinzen en  niets met hem te maken willen hebben. Hij groet niet terug. Knikt kort en gaat weer zitten.

Van welke sukkel is die vader? Komt hier gewoon met een trekker op school. Ja, en met vieze laarzen. De hele hal stinkt naar de stront. De oudere leerlingen hebben de grootste lol en staan bijeen bij de conciërge. De conciërge die zijn brood in beheer heeft. Mark durft niet naar haar toe te gaan. Mark schaamt zich. Hij schaamt zich voor zijn vader. Aan het einde van de pauze gaan de meeste jongens weer terug naar hun eigen groepjes. 1 meisje loopt naar de conciërge. Haalt zijn brood op. Zijn brood! Mark voelt zijn maag tekeergaan. Hij heeft honger.

Dit is van jou volgens mij. Hij kijkt omhoog en ziet het meisje staan. Met zijn lunch in haar handen. Ik kom ook uit een dorp en dit is mij ook een keer overkomen. Gebeurt je 1 keer. Daarna vergeet jij je brood nooit meer en je vader weet nu dat het niet handig is om langs te komen. Trek je maar niets van de rest aan. Stiekem zijn ze namelijk heel jaloers. Zo’n grote tractor besturen is namelijk ontzettend stoer!


Het meisje had gelijk. Hij vergat nooit meer zijn brood en zijn vader kwam nooit meer langs. Dit schoot allemaal door het hoofd van Mark toen hij op de keukentafel een trommel zag liggen met brood. Het brood van zijn oudste die vandaag voor het eerst naar het Voortgezet onderwijs ging.

donderdag 14 november 2013

Blunder nummer zoveel.

Om 6 uur ’s morgens gaat mijn wekker. Tijd om naar mijn werk te gaan. Gister al netjes mijn kleding neergelegd. Ergens. Maar ik weet eigenlijk niet meer waar. Op de tussenverdieping vind ik een bh en een hemd. Dat is al iets. Een t shirt haal ik uit de kast en een trui ligt beneden. Op de strijkplank. Wat raar allemaal. Hoe komen mijn kleren nu door het hele huis te liggen?

Broek, ik ben op zoek naar een broek. Nergens te vinden. Kop koffie, brood klaarmaken en verder zoeken. In de badkamer! Zeker hier neergelegd na het douchen. Kan het me niet meer herinneren. Riem, ik mis opeens ook mijn riem. Geen tijd meer voor. Snel op de fiets, regenbroek van Niels aan, komt tot mijn knieën, maar beter dan helemaal niets en heel hard fietsen.

Daar aangekomen, zakt mijn broek als ik even niet uitkijk, tot op mijn enkels. Kan toch de bedoeling niet zijn. Zit nog in mijn proeftijd. Zullen ze vast niet waarderen als ik hier in mijn onderbroek ga staan. Vooruit, het is een hele mooie. Maar zullen ze het waarderen als ik hier in mijn lingerie sta? Waarschijnlijk toch niet. Ik zal het in ieder geval niet waarderen. Ga niet eens naar een zwembad.  Mopper tijdens mijn werk op mezelf, dat ik echt te mager word. Mopper nog meer op mijn riem die verdwenen is uit mijn broek.

Ik kom de dag door. En als ik op de fiets zit terug naar huis, het is inmiddels licht, bemerk ik een rare glans over mijn broek. Hij lijkt verdorie wel vaal! En een gaatje bij mijn broekzak. Potverdrie dubbeltjes, ben ook al blijven haken zeker. Verder fietsend, kijk ik naar het merkje op de broekzak. Komt me vaag bekend voor. En dan opeens als een donderslag besef ik dat ik de broek van Ben aan heb. En dus is het helemaal niet vreemd dat hij afzakt, en dat hij vaal is, en dat er een gaatje in de broek zit. Het is een werkbroek van Ben!

Thuis ren ik naar boven, trek de geleende broek uit en ga op zoek naar kleding die wel van mezelf is. Die vind ik. Netjes aan het voeteneinde op mijn bed ligt een stapeltje kleren. Sokken; een onderbroek; een hemd; een bh; een T-shirt; een trui en een broek. Mijn broek. Met riem.  Zie je wel. Alles keurig klaargelegd. Alvast voor zaterdag dus.


Af en toe word ik heel moe van mezelf. 

dinsdag 12 november 2013

Sintre Sintre Maarten.

Sintermaarten mikmak, mijn moeder is een dikzak, mijn vader is een duntje. Geef me een pepermuntje.

Vroeger kwam daar dan nog een heel couplet achteraan, maar de kinderen van tegenwoordig gaan voor de korte nummers. Vinden de mensen aan de deur ook veel prettiger. Snel de deur weer dicht, de warmte ontsnapt. En de piepers worden koud.

Maar ik was dat nummer natuurlijk snel zat. Nieuwe versie: Sintermaarten mikmak, mijn moeder is een dikzak, mijn vader is veel dikker, hij lust wel een s.nicker! Vonden de kinderen gelukkig ook een leuk nummer, dus verandering van spijs doet eten. Of in dit geval dus: een ander liedje en hopen op een goed gevulde tas met snoepjes. Ergens aan het begin ging het echter al mis. Een mevrouw beluisterd het nummer, kijkt verschrikt op en wil de deur weer dichtgooien. Ze had namelijk helemaal geen s.nickers. Opeens besefte ze wat ze wilde gaan doen. ‘Lusten jullie anders misschien iets anders?’ Uiteraard mevrouw! Mijn kinderen zijn niet zo moeilijk hoor.

Een andere mevrouw ergens halverwege vond dat die pappa dan maar zelf moest komen en de kinderen knikten braaf. Was dit eigenlijk wel een leuk nummer? Even later probeerden ze het nog 1 keer. Maar dat was dus ook echt de laatste keer. Die heb ik zei de mevrouw en de jongens kregen alle 3 een s.nicker uitgereikt. Als we alleen maar van die dingen ophalen hoeft het van mij niet meer hoor zei Finn. Roemloos einde van mamma’s zelfverzonnen nummer.

Eén van de mooiste dingen vond ik het gezin dat nog heerlijk zat te eten aan de hoge tafel. Opeens stonden daar 3 kinderen met lampionnen voor het raam. Moeder de vrouw springt verschrikt op van tafel, klapt met 1 welgemikte tik het licht uit, waardoor de pappa en de dochter opeens niet meer zien waar sperzieboon lag en waar gehaktbal, en rent naar de deur. ‘Wat leuk! Wat zijn jullie vroeg! We hadden nog helemaal geen kinderen verwacht.’ Mevrouw ratelt door alsof ze voor het eerst meedoet aan het heilige Sint Maarten feest. Kinderen zingen ondertussen het ene liedje na het andere. Binnen zit een gezin te wachten tot ze verder kunnen eten.


Opeens schrikt Sophie van iemand en zet het op een lopen. Terug naar huis. Help! Wat nu? Eerst nog even met de jongens meegelopen, maar dochter die door de donkere straten zwerft is ook geen lekker idee. Geef de jongens opdracht om bij elkaar te blijven en geef op welke straten ze moeten lopen. Zie je kinderen maar terug te vinden anders tussen al het lampiongeweld. Sophie ligt te huilen in haar bed. In pyjama. Mamma krijgt haar zover dat ze zich weer aan laat kleden, en samen gaan we op zoek naar de jongens. Nog 2 huizen wil ze en dan gaat ze er weer huilend vandoor. Ik ben klaar. Mijn geduld is helemaal en schoon op. Wederom laat ik de jongens met opdrachten achter en ga weer achter dochter aan. Kan er nu echt nooit iets gewoon normaal gaan bij ons? Stuur pappa naar buiten. Met dochter. Onze grootste snoepkont maar ze zit al dagen slecht in haar vel, is overal verdrietig om en wil niet zeggen wat er aan de hand is. Ik kan daar op een gegeven moment echt helemaal niets mee. Ben van de strakke snelle acties en oplossingen. Maar mijn kleine meisje wil tegen niemand zeggen wat er nu toch aan de hand is. Aan de ene kant breekt je hart, aan de andere kant word ik dan dus heel boos. 

Sophie gaat verder met pappa en broer. Finn is klaar. En ja, ze houden het uiteindelijk toch bijna 2 uur vol met elkaar. Sophie is helemaal gelukkig met haar opgehaalde snoep, Finn is inmiddels misselijk. En Niels, Niels heeft voor 3 jaar voldoende. Hij is namelijk helemaal geen snoeper. Top avond al met al. Ach, en dan wil ik best een dikzak zijn. Maar dan wel alleen op 11 november.


maandag 11 november 2013

Kleine Rune wordt piraat.

Dit verhaal staat onder het label schrijven. Dat is omdat dit voor de verandering eens een keer niet in mijn gezin heeft plaatsgevonden, maar ik werd geïnspireerd door een gesprek met een klein jongetje. Bijna 4 en hij had een piratenbed en piratenspierballen. Dat ik maar een gewoon saai wit bed had, was maar zielig voor mij. Had ik dan wel een piratendekbed? Nee, zelfs dat heb ik niet. Als groot mens ben je dus maar wat saai. Gelukkig kan ik me heel goed inleven in de wonderlijke denkwereld van kinderen.


Rune loopt verveeld achter mamma aan in een hele grote winkel. Een winkel met allemaal bedden. Saaie bedden met stomme dekbedden er op. Bloemen en Tijgers en nog stommere strepen. Mamma vind dat Rune een groter bed nodig heeft. Geen spijltjes bed meer, maar Rune heeft geen bed, Rune heeft een boot. En in zijn boot beleeft hij avonturen. Vaart hij naar de andere kant van de zee om kastelen te veroveren en al het snoep te roven! Mamma zegt dat het een baby bedje is en dat hij nu een grote jongens bed krijgt. Mamma begrijpt niets van de boot, en over het geroofde snoep zegt ze dat het slecht is  voor je tanden.

Mamma loopt en kijkt en voelt aan bijna alle dekbedden. Behalve die tijgers. Mamma wil geen tijgers op haar bed. Mamma is romantisch zegt ze. Nou mooi niet! Zegt pappa zelf. “Kan ik ergens mee helpen?” Vraagt een meneer met rode vlekken in zijn gezicht. “We zijn op zoek naar een grote jongens  bed voor Rune” Zegt mamma tegen de meneer. Wat raar! Mamma kent hem toch helemaal niet? En ze gaat gewoon zomaar met hem praten. Praat nooit met vreemde mensen zegt ze toch zeker zelf altijd! ‘Nou, dan bent u hier aan het juiste adres. Wij verkopen inderdaad bedden.’ Stomme meneer. Anders zouden we hier toch ook niet zijn!

‘Wat voor bed wil je jongeman?’ ‘Een piratenboot’, zegt Rune. ‘Nou, loop maar mee, vorige week is hier een piratenkoning geweest en die heeft een bed achtergelaten.’ ‘In het echt?’ ‘Echt waar. Kom maar, dan laat ik hem zien.’ Rune loopt huppelend achter de verkoper aan. Een piratenbed. Ik krijg een piratenbed. ‘Hier staan de kinderbedden, we hebben mooie roze bedden, stoere jongens bedden en dit piratenbed.’ ‘Een piratenboot! Een echte piratenboot!!’ Rune stuitert rond het bed. Een botenbed met uitkijkpost, met ronde patrijspoorten en een kajuit! ‘Deze mamma, ik wil deze hebben.’ Mamma staat te glimlachen en kijkt op het kaartje wat aan het bed bevestigd is. Mamma wordt rood, net als die mijnheer en vraagt of er ook gewone witte strakke jongensbedden zijn. Die zijn er, en mamma en verkoper lopen naar een ander bed. Rune merkt het niet meer. Hij zit bovenop het bed. Kijkt door een verrekijker naar andere piraten, speurt naar kastelen vol snoep en is helemaal blij als mamma even later zegt dat zijn nieuwe bed al in de auto staat en ze naar huis gaan.

Thuis huppelt en springt Rune om pappa heen. Pappa zet zijn nieuwe bed in elkaar. Het baby bootje staat al op de gang. Na een tijdje bemerkt Rune opeens dat het bed gewoon op de grond staat, dat er helemaal geen uitkijkpost meer is, en dat er ook geen patrijspoorten in zitten. ‘Dit is helemaal geen piratenbed’ jammert Rune, ‘nee’ zegt pappa, ‘dit is een grote jongens bed.’ Rune kijkt om de deur naar zijn ledikant. En kijkt naar nieuw glimmend wit bed. Niets aan! Dit bed is stom!


De rest van de middag is er visite en pappa en mamma zijn beneden. Rune is boven. Aan het spelen. Met zijn timmertafel denken pappa en mamma te horen aan het geluid. Maar Rune is een slim mannetje. Rune is niet voor niets piraat. Na een uur komt Rune beneden. In zijn piratenpak. ‘Wat horen we Rune? Heb jij een nieuw bed gekregen?’ Vraagt tante. ‘Ja, ik heb een piratenschip! Kom maar kijken.’ In optocht gaan ze naar boven. Rune de onverschrikkelijke piraat voorop. ‘Enter mijn piratenschip!’Roept Rune als hij de deur openzwaait. Mamma geeft een gil en kijkt met verschrikte ogen naar pappa en naar bed. Oom begint te hikken, tante kijkt verwonderd in de rondte. Pappa schiet in de lach. Daar, in de hoek van de kamer staat nu een echt schip. Een nieuw jongensbed met erboven een ledikant als kajuit; met 2 bezems aan de zijkanten getimmerd als vlaggenmast. Zwarte handdoeken doen dienst als afschrikwekkende vlag. Met stift zijn er patrijspoorten geschilderd aan de zijkanten.  Trots stapt Rune zijn schip in. Piraat Rune komt er wel. En mamma, mamma moet nog van de schrik bekomen. Met een kop koffie van pappa en een snoepje van Rune. Uit zijn geroofde piartenschat.


zaterdag 9 november 2013

Carpe Diem. Pluk de dag.

De dag begint goed. Bij het ontwaken na wederom een doorwaakte nacht vanwege de zeehond in mijn longen, zegt de weegschaal: Error. Goed voor je zelfvertrouwen.  Koffie drinken; lunch klaarmaken om mee te nemen naar mijn werk, broodlade gans en volledig leeg. In de lade eronder gekeken, maar nee. Geen brood. Nog wel een stuk ontbijtkoek. Die dus maar meegenomen.

Naar mijn werk, met op de radio allemaal gekwaak op niets af. Als ik de auto soepel in een parkeervak draai, want dat kan ik dan weer heel goed, begint er net een lekker nummer. Even overweeg ik om te blijven zitten, maar mijn collega’s lopen allemaal langs mijn auto naar het gebouw waar we werken. Allemaal werpen ze een blik in mijn auto waar ik zit te swingen. Oeps. Noteer voor volgende week in mijn hoofd dat ik de auto ergens achteraan op het parkeerterrein verdekt opstel.

Tijdens de pauze trek ik als een moderne holbewoner stukken van mijn ontbijtkoek af. Buurman kijkt me aan, en bij de derde keer durft hij het aan om iets tegen me te zeggen. “Weet je dat die ontbijtkoek gewoon in plakken voorgesneden is?” Ik kijk hem aan. “Jij bent wel extreem lang zeg!” Is wat hij nog durft te zeggen.  
’s Middags verzamel ik alle energie die ik nog heb en ga naar de kapper. Dat moet ik al maanden, maar ik ben bang voor de kapper. Niet voor spinnen, niet voor hoogtes, niet voor koeien, wel voor kapsters. Die kletsen namelijk terwijl ze met mes/schaar of scheerding in je nek bezig zijn. Vertellen dat je een bol hoofd hebt (zie ander blog) en knippen altijd precies zo als jij het niet wilt. Maar nu ga ik naar de kapper. Een kapper in de buurt. Ik zou eigenlijk naar een vriendin gaan, maar haar kapsalon zit in een andere stad en die puf heb ik helemaal niet. Terwijl ik de deur open doe, verschijnt er al een vrolijk gezicht in de deuropening van achterkamer. “Hallo! Wie van jullie moet er geknipt worden?” Sophie kijkt me smekend aan, maar Sophie spaart voor de stichting haarwensen en ze is er bijna. Ik dus en ik mag plaatsnemen in de wasbak. Volledig onderuitgezakt moet ik, want ik ben een soort van te lang voor wasbak. Geeft niets. Warm water ontspant. Sophie vindt het geweldig. Haar mamma ligt bijna op de grond en een totale onbekende wast haar haar!

We nemen plaats in een stoel in de hoek. Top kapster. Ik mag haar nu al. Maar kapsalons hebben iets raars. Spiegels. Enorme spiegels. De hele week hoor ik al van iedereen dat ik er zo beroerd uitzie, thuis heb ik 1 spiegel en die ontwijk ik. Ik hoef niet te zien hoe beroerd ik dan wel niet ben. Maar nu kan ik er niet meer omheen. Ik schrik van mezelf. Heb de afgelopen 2 weken een winterjas uitgedaan. Zie er oud en moe uit. Ziek nog steeds met een rood Halloween oog. Maar kapster kletst met Sophie en over haar dochter en knipt vakkundig mijn haar kort. Geeft adviezen en is heel aardig. Vrolijk, spontaan, met beide benen op de grond. Super tevreden laat ik een behoorlijke berg haar achter op de grond. Met een korte kop haar verlaat ik de kapsalon en huppel met dochter mee naar winkelstraat. Pappa is er toch nog niet om ons op te halen. Sophie vind me trouwens niet mooi meer, maar dat negeer ik.

Twee zonen komen aangerend. “Mamma!!!!!” En dan net als in de film, komen ze tot stilstand. “Mamma is lelijk!” Humeur zakt naar nulpunt. Hoezo lelijk? Ben ik wel lief? Ja, mamma is nog steeds de liefste, maar wel lelijk.

Om er toch nog een feestdag van te maken gaan we poffertjes bakken. We hebben sinds kort zo’n pan. Uit de verkochte caravan van oma. Wat oma met een poffertjespan in de caravan moest, ga ik niet eens vragen. U begrijpt me vast. Maak beslag met geheime Zweedse siroop, en begin te bakken. Met een soeplepel giet ik de mix in de pan. Maar er ontstaan helemaal geen poffertjes. Allemaal aan elkaar geplakt staren ze me aan als een pannenkoek met bulten. Keer ze met een vork om staat er op pak. Maar vork heeft geen grip op plak poffertjes. Hier gaat iets niet helemaal goed. Zoek in mijn kasten en vind een mini maatbeertje uit de speelkeuken van de kinderen. Daar giet ik de mix de tweede rond mee in de pan. Dat gaat iets beter. Sneller vooral, want in de bodem zit een gat. Terwijl ik dus de bovenste rij poffertjes schenk, ontstaat er ook onderaan een rij poffertjes. Dit gaat hem dus ook niet worden. Derde ronde vind ik een soort kitspuit. Mix daarin en spuiten maar. Maar als je eenmaal spuit, kan hij niet meer stoppen. Vloeibare mix druipt over aanrecht, langs de keukenkastjes naar beneden. Daar waar mijn schoenen staan. GRRRRRRRRRRRR! Maar mijn humeur krijgt niemand stuk vandaag. Vooral omdat de plakjes poffertjes wel heel erg lekker smaken. Gooi het roer om. Pak een normale koekenpan, smelt boter en giet pannenkoeken van poffertjes beslag. Heerlijk!!!!!!


Moraal van dit verhaal? Geen idee eigenlijk. Misschien dat we altijd moeten proberen om de zonnige kant van het leven te zien. Misschien dat poffertjes pannen ondingen zijn. 

donderdag 7 november 2013

Lichtjesavond.

Het is 7 november en vandaag is er iets bijzonders aan de hand. Of eigenlijk vanavond. Vanavond staat er iets te gebeuren en de leerlingen weten het. De laatste puntjes worden op de spreekwoordelijke i gezet door de mensen van de ouderraad. Leerlingen hebben last van acute incontinentie, want er lopen iedere keer kinderen door de gangen. “Is dat voor vanavond? ” “Ja, dat is voor vanavond. “Leuk!” 1 jongetje hebben we wel 3 keer langs zien komen. Geef hem ongelijk. 4 vrouwen die een tent op proberen te zetten is natuurlijk een veel leuker schouwspel dan om te lezen over de Industriële revolutie of over het periodiek systeem. Hoe lang zou het duren voor tent in elkaar stort en de 4 dames liggen te worstelen onder tentzeil? Niet dus, want tent is speciaal voor dames. Poten uitschuiven en klaar staat de tent. Ideaal.  Jammer voor jongetje. Een kleuterklas dacht trouwens dat we gingen kamperen op school vanwege die tent. Ooit. Ooit. Die zolder blijft me namelijk intrigeren. Maar vanavond niet. Vanavond is het feest.

In de klassen zijn de leerkrachten bezig geweest om lampjes op te hangen. Tussen de lampionnen door, over de vensterbanken, langs de ramen. Klas is opeens wel heel erg gezellig!! Kinderen lopen met open monden van het ene klaslokaal naar het andere lokaal. “Aaaaaah!”, “ohhhhhhhhh!” Zijn kreten die ik veelvuldig gehoord heb vanavond. Het mooiste vond ik een piepklein meisje die rennend door de gangen van de school ging. Van klas naar klas naar klas. In de deuropening bleef ze staan, een diepe zucht kwam uit ieniemienie meisje vandaan, gevolgd door een bewonderend: Wauw!! Om weer door te rennen naar het volgende verlichte lokaal. Meisje vond de school helemaal geweldig. Hier wilde ze iedere dag wel naar toe.

En geef haar maar eens ongelijk. Al bij aankomst was de school feeëriek verlicht. Kleine lampjes achter de ramen schenen uitnodigend naar buiten. Komt u maar een kijkje nemen. Schaduwen van lampionnen deden de rest. Daar was iets te doen. En de mensen die gelokt werden door het licht liepen als ware eregasten over een soort rode loper, maar dan van lichtjes. Zo van de poort naar de hoofdingang. Vuurkorf zorgde voor een nog betere wintersfeer. De school was zodoende vol met mensen. Leerlingen; ouders; opa’s; oma’s; vrienden. Kinderen trokken aan mouwen van volwassenen die weer eens stonden te treuzelen, stonden te ouwehoeren met bekenden. Er was nog zoveel te zien!! Leerlingen stonden trots te stralen bij zelfgemaakte lampion. Vleermuizen, uilen, minions, bomen, koekblikken met kleine gaatjes, het zag er allemaal weer super uit!

Na afloop kwam iedereen samen in het zenuwcentrum van de school. De grote zaal. En daar te midden van alle crea werkstukken konden de mensen napraten over alles wat ze gezien hadden met een kopje koffie, beker thee, glaasje limonade.  De sfeer was geweldig en ik heb weer eens ouderwets genoten. Familieschool: voor ons is het inmiddels heel gewoon, maar het blijft bijzonder!

maandag 4 november 2013

Benjamin en zijn dochter.

Men neme een klein verstrooid jongetje van een jaar of 8. En dat kleine verstrooide jongetje woonde in zijn eigen wereld. Een wereld ver van de echte harde wereld vandaan. We schrijven 1968. De schrijfster van dit stuk was toen nog lang niet geboren, dus plaatsen zijn hier en daar misschien iets anders geweest dan ik ze hier ga beschrijven. Dichterlijke vrijheid in proza.

Dat kleine mannetje noemen we Benjamin. En Benjamin denkt anders. Denkt dieper. Denkt door. Benjamin wordt door de grijze tantes liefkozend de Professor genoemd, omdat hij altijd de meest vreemde feiten kent en de encyclopedie uit zijn hoofd heeft geleerd. De professor maakt speciale olie als hij als 4 jarig jongetje uit logeren gaat bij 1 van die tantes. Alles wat kleine Benjamin tegen komt gooit hij er in. "Wat maak je Benjamin?" "Speciale olie!" was het antwoord. Tot op de dag van vandaag, 49 jaar verder moeten we dit verhaal iedere keer weer aanhoren als we de tantes tegen komen.

Kleine Benjamin heeft nieuwe wanten. En zijn moeder drukt hem op het hart om ze dit keer vooral niet kwijt te raken. "Onthoud nu eens een keer waar je ze neerlegt." Kleine Benjamin gaat buiten spelen en keert wantenloos terug naar huis. "En waar zijn je nieuwe wanten?" Vraagt de mamma van Benjamin. "Het wak zei: geef hier die wanten!!" En Benjamin keerde weer terug in zijn eigen wereld. Als mamma kun je denk ik niet boos worden.

Benjamin heeft sokken. In zijn schoenen. Maar daar waar zijn vriendjes wonen, op een industrieterrein in aanbouw, zijn allemaal buizen en plassen en modder en vooral dus voor een 8 jarig jongetje heel veel coole speelmogelijkheden. Maar Benjamin mocht niet meer thuiskomen met natte sokken. Mamma had er ook wel eens genoeg van. Kleine Benjamin speelt en speelt en speelt en eindigt met kletsnatte sokken. En met de stem van zijn mamma in zijn hoofd: "niet met natte sokken thuiskomen!"
Maar Benjamin zou Benjamin niet zijn als hij geen oplossing had. "Hebben jullie een hamer?" vraagt hij aan vriendje en die heeft dat wel. Benjamin legt zijn sokken op een steen en slaat en slaat en slaat met de hamer op zijn sokken. Tot de gaten er in zitten, maar ze wel redelijk droog zijn. Zo komt hij thuis. Mamma had namelijk niets over gaten gezegd.

Benjamin heeft een wollen trui. Door oma gebreid. En Benjamin doet hem aan. Maar ergens gedurende de dag komt er een draadje uit de trui. Midden op zijn buik, Wat grappig denkt Benjamin en trekt aan het touwtje. Magie!!!! Het touwtje wordt langer en langer en langer en langer. Langzaam maar zeker ontstaat er een groot gat midden op zijn buik, waar je geen trui meer ziet, maar een t-shirt. Oei. denkt Benjamin als hij naar huis wandelt. "Wat heb jij nou weer!!!" roept zijn moeder verschrikt uit als ze zoonlief ziet. Tsja, denkt Benjamin. Dat ziet ze toch? "Het was heel erg mistig en er sprong zomaar uit het niets een kat door mijn trui! En nu zit er een gat in. Maar door die mist kon ik die kat nooit zien natuurlijk!" Onbegrensde fantasie had kleine Benjamin.

Kleine Benjamin werd groter en ouder en nog veel wijzer en leeft nog steeds regelmatig in zijn eigen wereld. Maar het verschil is dat Benjamin nu vader is. Twee zonen en een dochter. En laat zijn dochter nu een exacte kopie zijn van haar vader.

Sophie gaat bij een vriendje spelen. Visnetje mee, want ze gaan vissen vangen. Nieuwe leren laarzen aan haar voeten. Om 5 uur staat er een vrolijk meisje op de stoep. Op blote voeten. In haar handen heeft ze haar laarzen. Nieuwe leren laarzen waar een stroompje water uit loopt. "We gingen vissen vangen, maar ze zaten al onder water vanwege de kou. Dus moesten we in de sloot gaan staan om ze te vangen". In haar handen houdt ze een oester. Een prachtige oester. Trots is ze. De mooiste heeft ze aan vriendje gegeven. Maar mamma kijkt niet naar oester. Mamma kijkt woedend naar zwarte leren laarzen waar de sloot zo uit stroomt de kamer in. Mamma vraagt zich hardop af of dochter ooit wel eens nadenkt voor ze iets doet. Dochter kijkt niet begrijpend naar stomende mamma. Krijgt stille morele steun van pappa. Mamma heeft vast nog nooit oesters gevangen, of een kat door haar trui gehad en waarschijnlijk is mamma ook nog nooit een pratend wak tegen het lijf gelopen. Mamma is maar saai. En helemaal niet lief als ze boos is.

Tsja, vaders en dochters. Daar was iets mee.



dinsdag 29 oktober 2013

Kaasschaaf

Op maandag loopt mijn mailbox vol met berichtjes van mensen die me feliciteren met iets. Dank jullie wel, maar ik heb geen idee waar jullie het over hebben. Ik krijg een link door en als daar op geklikt wordt zie ik inderdaad mijn naam in volle omvang staan. Dagwinnaar ben ik. Ergens van dus. Van een beauty verwen iets actie. Van de kazen.”Aha!” Doe ik in de hoop dat er ergens in mijn diepe onderbewustzijn nu een stemmetje zegt: ja, dat is die actie met die code die je hebt ingevuld, of van die kleurwedstrijd, of van die actie met: koop een fiets en krijg een helikopter cadeau. Maar ook in mijn donkere onderbewustzijn blijft het stil. De pagina zegt me niets, en ik heb helemaal geen mail gekregen met een prijs.

De volgende dag komen oudste zoon en vriendje enthousiast tussen de middag thuis lunchen. “Juf P, die van vorig jaar, zei dat u iets had gewonnen van de sauna! Van de sauna? Ja, een beauty verwenarrangement! Gaaf toch mam!” Ik trek wit weg. Sauna? Dat zijn toch die Zweedse zwembaden waar nog niet bezuinigd hoeft te worden op de elektriciteit rekening en mensen vanwege die extreme hitte allemaal in hun blote kont zitten? “Sauna?” Stamel ik, “ja een verwenarrangement!” Ik zak neer op een stoel. In mijn hoofd schieten beelden van enge behaarde mannen die mijn schouders masseren, die me koelte toewaaieren met een bamboeblad, die ijsklontjes over mijn benen laten lopen, of per ongeluk die hele bak in 1 klap in mijn nek laten vallen. “Verwenarrangement?” “Ja, dan krijgt u denk ik chips en mag u de nieuwste spellen spelen op de W.ii U. En dan hoeft u niet zelf u koffie in te schenken, en u hoeft ook geen eten te koken. Dan krijgt u dat allemaal!” “Sauna!” Roep ik verdwaasd uit, “In een sauna zitten ze in hun blote kont! Ik ga in geen honderd jaar in mijn blote kont!” Twee tieners kijken mij met grote ogen aan en schieten in de lach. Zien mij al zitten in mijn blote billen. Met in mijn handen de controller voor de nieuwste W.ii. en chips dat dan weer wel.

Ik besluit om maar eens te gaan g.ooglen. Wat is dat nou voor een website en waar schijn ik aan mee gedaan te hebben? Na een paar minuten kom ik er langzaam achter wat er waarschijnlijk gebeurd is. Memory. De website had een memory prijsvraag. Wie kan als snelste de kaartjes omdraaien en paren maken? Nu weet ik van mezelf dat mijn geheugen een soort gatenkaas is en dat ik bij het derde kaartje het eerste waarschijnlijk al weer gewist heb. Geen enkele kans dat ik meegedaan heb aan een spelletje memory. Ik vraag het de kinderen. Oudste 2 wassen hun handen in onschuld, maar jongste telg ziet de kaartjes op mijn scherm en brult om het hardst: “MEMORY! Gaaf!” De dader is gevonden. Meneertje heeft op mijn pc spelletjes gespeeld en waarschijnlijk heeft mijn F.b. aangestaan. En zo hebben we dus opeens een dagprijs gewonnen.

Terwijl ik nog aan het nadenken ben wie ik een dagje  blote billen zwembad cadeau doe, krijg ik een mailtje binnen. Ik heb inderdaad gewonnen, en ze hebben geen gegevens van mij. Nee, stunt. Mannetje zit net in groep 3 en is nog bij wind en bij boom. Beauty arrangement en adresgegevens zijn nog iets te moeilijk. Of ik die gegevens even door wil sturen, dan kunnen ze mij een kaasschaaf toezenden. Een kaasschaaf!!!! Ik win een kaasschaaf en ik hoef u denk ik niet uit te leggen hoe ontzettend blij ik daarmee ben. Zal hem bewaren voor de uitzet van jongste telg. Of misschien zet ik hem wel als stok achter de deur op de kast. Zodat ik als ik ’s avonds aan de toastjes brie ga, weer herinnerd wordt aan het feit dat je zomaar een sauna arrangement kunt winnen en dat je dan met je billen bloot moet.


Om kwart over 3 besluit ik even naar juf P te lopen om 1 en ander recht te zetten. Meester  van oudste zoon komt naar ons toe met een grijns van oor tot oor. Had ik nu een sauna arrangement gewonnen? Oudste zoon had netjes verteld dat mamma dan bloot moest en dat niet van plan was oid.  En meester weet inmiddels dat ik heel snel op de kast te jagen ben, maar niet dit keer. Ik help hem dus zachtzinnig uit zijn droom. Het is een kaasschaaf. Ik heb een kaasschaaf gewonnen. Maar laat ik daar nu zo blij mee zijn!
Nee, niet van eten, voor je het weet zit je in de sauna.

vrijdag 25 oktober 2013

Belletje trek.

Vandaag zag ik ze. Echte ouderwetse kinderen. Op stepjes. En ze schoten luidruchtig op hun vervoermiddel het pad van de buren op. Tussen de twee geparkeerde auto’s door.  Glimmende gepoetste auto’s. Onze auto stond op het pad ernaast. Vies en vol met modder. Net terug uit Zweden. Vandaar. Hoewel, onze auto is eigenlijk altijd vies en bemodderd. Geen eer te behalen bij ons hadden ze al ingeschat. Nette gepoetste glimmende auto eigenaren moesten ze hebben. Het dapperste jongetje belde aan, stepjes werden gekeerd en ze zoefden naar hun partner in crime. Een lief meisje met vlechtjes in het haar. Het kan verkeren. Niets zeggen mevrouw! Brulde 1 van de jongetjes over straat alvorens achter een geparkeerde auto weg te duiken. Ik niet. Ik zeg niets.

Moest opeens even terug denken aan mijn eigen jeugd. Niet dat ik nou nog zoveel weet, maar er schoot me opeens een beeld te binnen. Ik speelde bij vriendjes, in het dorp. Zelf woonde ik op een industrieterrein en was dus altijd buiten, kikkers vangen, slootje springen, hutten bouwen langs de treinbaan, niet wetende hoe gevaarlijk dat was, tot er op een kwade dag een trein stopte en we als onschuldige kinderen gearresteerd werden, groter groeien en verstandig worden doe je niet zomaar. Gevaren inzien duurt ook een mensenleven lang. Maar goed, ik was dus in het dorp, en we gingen belletje trek doen. Geen idee wat dat was had ik, maar het werd me snel duidelijk, je belde aan en in plaats van te wachten tot iemand de deur open deed, maakte je dat je weg kwam. Maar wel zo dat je vanuit je verstop plaats de verbaasde huis eigenaar kon zien. Mijn vriendjes deden het voor. En ik mocht het vijfde huis doen. Vriendjes lagen al in dekking nog voor ik het tuinpad op liep. Mijn vinger strekte zich naar de bel en nog voor ik ook maar iets kon doen, zwaaide de voordeur open en werd ik in mijn nekvel gegrepen, over straat gesleurd naar de school aan de overkant, mijn basisschool, en afgeleverd aan de eerste de beste leerkracht die we tegenkwamen. Ik heb er weer ientje! Krijste de krasse dame. De dame die stonk naar sigaretten en een bevende hand had met rare bruine vlekken. Oei, oei, zei de leerkracht. Dan zullen we de ouders maar even bellen. Ik stond daar met knikkende knieën en keek naar de punten van mijn schoenen.

De leerkracht belde helemaal mijn ouders niet, ik kreeg een glas limonade en een koekje uit de lerarenkamer koek trommel. We wachten even een paar minuten en dan kun je weer verder spelen. Bij wie ben je? Ik zou alleen niet meer bij de overbuurvrouw belletje trek doen. Kan ze niet zo goed tegen.

Later leerde ik dat de oude dame eigenlijk gewoon heel eenzaam was. Deed de hele dag niets anders dan sigaretjes roken voor het raam. In de hoop dat er iemand langs zou komen om samen een kopje koffie te drinken. Zag kwajongens dus al van verre aankomen en stond dan al klaar bij de voordeur. Ik snap wel waarom ze zo eenzaam was. Je zult maar op de koffie komen en een bruin gevlekte bibberende rokershand in je nek voelen. En dan over straat gesleurd worden naar de basisschool. Krijg je een glas limonade en geen koffie.


De buurman van vandaag was klaarblijkelijk ergens op 1 van de bovenverdiepingen, want het duurde even. Kinderen kwamen al weer tevoorschijn toen hij de deur opendeed en mij zag staan met oudste zoon. Buurman was aan het bellen. En keek mij vragend aan. “Je bent het slachtoffer van belletje trek” fluisterde ik hem toe. Hij keek me nog eens aan en fronste zijn wenkbrauwen alvorens weer naar binnen te verdwijnen. Ik stapte gierend van de lach naar binnen. De buurman dacht dat oudste zoon en ik belletje hadden getrokken. En even , even voelde ik me weer dat kleine meisje van vroeger. Binnen aten we een koekje. Zoon en  ik. En dronken we een glas limonade. Hartstikke spannend. Belletje trek. Misschien ga ik morgen wel kikkers vangen en slootje springen.

dinsdag 15 oktober 2013

Ontploft.

Vandaag was weer eens zo’n dag dat alles een beetje anders gaat. Het begon vanmorgen. Jongste zoon had gister een ballon gekregen en de jongetjes in zijn klas wilden allemaal een keer met die ballon spelen. Opblazen, tuutje vasthouden en dan loslaten. Pffffft doet de ballon dan. Jongetjes van 6 in een deuk. Finn vond dat echter vies. Andere jongetjes die aan zijn balllon zaten. Vanmorgen dus extra ballonnen mee naar school. In de auto zat meneer al: blaas-blaas-blaas/ Pfffffft! Blaas-blaas-blaas/Pffffft! Maar mamma is bang voor ballonnen. Die krengen knallen namelijk. Vroeger of later hoor je dan een enorme knal. En een gillende keukenmeid. Dat ben ik dan dus. Finn moest stoppen met blazen tot we op school waren.
Op school aangekomen, springt mannetje uit de auto en begint te blazen. En de ballon weer leeg te laten lopen. Pfffffft! We stonden bij de glijbaan. En naast ons stonden 4 kinderen. 2 kinderen van mij, 2 kinderen van andere ouders. En die kinderen keken naar Finn. En naar diens ballon. Lachen van de kinderen verstomde. En dat had me moeten waarschuwen. Had gemoeten. Maar mamma’s letten wel eens niet helemaal op. Ik stond de sjaal van 1 van de kinderen van een andere mamma te bewonderen. Een voetbalsjaal! En zomaar helemaal uit het niets was er een enorme harde KNAL te horen. PANG!!!!!! Galmde het over het schoolplein. PIEP!!!! Deed mijn oor. En alle aanwezige ouders en kinderen keken onze kant op. De kant van de glijbaan. 1 Bedremmeld jongetje, 3 springende kinderen. En een mamma die overal hoog bovenuit torende en alle ogen op zich gericht wist.
Hij is kapot mam, fluisterde Finn. Mag ik nu die andere 2 ballonnen? Voor in mijn laatje. Ik lachte vriendelijk. Naar niemand in het bijzonder. Gered door de bel. In het klaslokaal van 1 van de kinderen werd ik aangesproken. Op mijn onverantwoordelijke gedrag. Ik had direct door dat mijn oor het nog steeds niet deed. Ja, wat een knal niet? Zei ik lachend. Maar andere moeder vond het helemaal niet zo grappig. Een beetje vuurwerk afsteken op het schoolplein! He? Deed ik. Vuurwerk? Ja, is dat illegaal vuurwerk ofzo? Illegaal vuurwerk? Onverantwoordelijk gedrag? Waar zien ze me voor aan? Ik die op 26 december al in een kast ga zitten met een deken over mijn hoofd. Ik, die nog geen sterretje durf vast te houden, ik die dus bang is voor ballonnen zou op het schoolplein vuurwerk af staan te steken? Ik. Ik! Het was een ballon. Antwoord ik terwijl ik me omdraai. Weg van moeder die rare dingen zegt. Ja! Roept dochter enthousiast. Kijk maar. Dit is er nog van over. De rest is ontploft. Flubberend groen rubber ligt op tafel. Als stille getuige van ochtendontploffing.
En nu denkt u natuurlijk dat het wel weer genoeg was voor vandaag, maar nee, er kon nog meer ontploffen. Na de zwemles eten we bruine bonen. Met warme stroop. Alleen blijken de bruine bonen opeens kapucijners te zijn, en de fles stroop is nagenoeg leeg. Bodem van de pan is dus nog steeds te zien. Nu had ik laatst in zo’n handig boodschappenblad van de supermarkt gelezen dat als je een fles opwarmt in de magnetron, de vloeistoffen makkelijker uit de fles komen. En laat ik nu een magnetron hebben! Ik heb die fles met dat restje stroop dus in de magnetron gelegd. We de dop erop, want de fles was te groot om staand in de magnetron te passen. Neergelegd en aangezet.


PANG!!!! Komt er na een minuut uit de magnetron. O nee! En ik trek de deur open. Ben staat achter me en die slaat met zijn handen op zijn knieën. Wat heb jij nu weer? Voor me ligt een zielige verschrompelde fles wat ooit een fiere stroopfles was. Stroop ligt in een grote plas op de ronddraai plaat. Klein beetje stroop resteert in fles, en gaat in de pan. Kapucijners met stroop en een ontplofte magnetron. Ach, 1 voordeel. Mijn oren zijn weer gelijk. Ze piepen nu allebei.

woensdag 2 oktober 2013

Klaar voor de start.

De opening van de Kinderboekenweek op de school van mijn kinderen is dit jaar een groot succes gebleken. De hele week komen er sporters een warming up verzorgen. ’s Morgens vroeg op het schoolplein . De kinderen mogen beginnen met een optreden en daarna neemt een ouder het over. De vuurdoop was vandaag voor moeder P. Moeder P heeft een sportschool en is regelmatig in de weer met het bedenken van nieuwe dansjes. Of eigenlijk met het bedenken van nieuwe passen op de maat van de muziek. Tik je billen, van links naar rechts en dan is het de bedoeling dat de mensen in de zaal hetzelfde doen. Appeltje eitje voor deze moeder. Ik ga in plaats van: van links naar rechts; van rechts naar links en mep derhalve zowel links als rechts een dansende moeder tegen de zij. (Sorry)

Deze moeder P. heeft normaal zo’n 15? Mensen in een zaaltje staan. 15 mensen die ze dan allemaal bij  naam kent en die ze opzweept om een stapje harder te doen. Nu staan er 420 leerlingen voor haar neus. 400 enthousiaste leerlingen en 20 kinderen die haar aankijken of ze van een andere planeet neergedaald is op het schoolplein, ze heeft immers een headset op en daar praat ze mee. Hallo wereld! Mijn naam is moeder P en ik ga jullie laten bewegen. Iets in die trant. En dan met een krakende metalen stem. Tussen de leerlingen staan ongeveer 20 leerkrachten en ongeveer 50 (groot)ouders die vol interesse haar bewegingen gade slaan. (Klein)kind is namelijk niet meer terug te vinden tussen enorme massa kinderen. Deinende, zingende massa kinderen. Kinderen die met hun armen zwaaien, die met hun billen schudden, die buigen en strekken en dat allemaal op de maat. Ik doe ook nog een poging, maar raak al snel het ritme kwijt. Maar ik sta te stralen als een kind. Zo waanzinnig gaaf vind ik dit: alle kinderen met lachende gezichten die hun uiterste best doen om goed naar die moeder van Mars te luisteren.

Ergens achteraan, bij de rest van de klas staat dochter D. van Moeder P. Ik had gedacht dat ze zich dood zou schamen, dat doen kinderen namelijk voor hun moeders als die denken dat ze kunnen gaan dansen of zingen of op wat voor manier dan ook gek gaan doen op school. Kinderen schamen zich voor hun ouders. Hoeft u zich dus echt geen zorgen om te maken, overkomt ons allemaal. Maar niet dochter D. Zij stond heel trots tussen haar klasgenoten in. Mee te zingen en af en toe mee te bewegen. Maar groep 8 is wel groep 8, dus een beetje stoer. En we staan een beetje krap op deze zandbakrand. O! Kunnen we ook ergens anders staan? Nee hoor, we staan hier goed. Dochter D. Had net zo veel plezier als haar mamma. En diep in haar hart was ze waarschijnlijk super trots op haar moeder.

Wij ook. Hadden we haar de dag tevoren op Facebook een beetje gek gemaakt, over filmen en fotograferen, en dat het zo leuk zou zijn voor later als ze oud en gerimpeld met kunstheupen en dito knieën, met een klapperend kunstgebit achter een rollator zou lopen, we wisten allemaal dat we het haar mooi niet na zouden doen. Wij zouden echt niet op dat podium gaan staan, om een show weg te geven. Ons niet gezien! En moeder P draaide haar hand er niet voor om. Bewondering! (Maar dat ga ik natuurlijk niet toegeven)


Mijn heupen zijn iets losser gedraaid vanmorgen op dat schoolplein. En we hebben nog een week. Een week vol sport en spel. Een week vol sportieve openingen en bewegende kinderen. Dus wie weet hoe soepel mijn lichaam volgende week woensdag mee draait. Wie weet kan ik dan zelf op de maat van  links naar rechts en tegelijk de armen omhoog. Of leg ik de lat dan meteen heel hoog voor mezelf? In ieder geval ga ik de hele week kijken. Dit zijn namelijk de noten in de appeltaart op school. Die we gewoon verdiend hebben na vanmorgen. Ik draai van links naar rechts en de wereld doet me na. Aha!

Niet echt een heldere foto, maar ik wil geen foto's plaatsen waar kinderen op herkenbaar zijn.